Persmap PROOI

synopsis
Na de vondst van een gruwelijk afgeslacht boerengezin net buiten Amsterdam roept politie-inspecteur Brinkers (Rienus Krul) de hulp in van Artis-dierenarts Lizzy (Sophie van Winden). Zij ziet direct wat de bloederige verminkingen moet hebben aangericht: een forse, agressieve leeuw. Niemand gelooft haar en pas na een bloedbad in het Vondelpark stemmen de autoriteiten in met haar plan om de Britse jager Jack (Mark Frost) in te zetten.
Lizzy’s vriend Dave (Julian Looman) heeft zijn bedenkingen vanwege het amoureuze verleden van Jack en Lizzy. Maar ook hij moet toegeven dat Jack hun beste kans is om meer bloedvergieten in de straten van Amsterdam te voorkomen. De jacht is geopend…

Een nieuw leven voor een bestaand idee

Ruim vijftien jaar lag het plan over een loslopende leeuw in een metropool geduldig te wachten op verfilming. Dick Maas bedacht het destijds voor een Duitse producent die hem om ideeën had gevraagd. Een menseneter die amok maakt in Berlijn, het leek Maas wel wat. ‘Als ik toen geld had gekregen had ik het gedaan op de manier die toen beschikbaar was: met echte leeuwen en veel green screen. Dat was een heidens karwij geweest: mannetjesleeuwen hebben namelijk maar twee keer per dag energie om iets te doen en voor de rest zijn ze nergens toe te porren. Het hele idee ging niet door, maar ik zal er toen ook snel achter zijn gekomen dat het met een computerleeuw had gemoeten. En daar was zeker geen geld voor geweest.’ De regisseur koos met MOORDWIJVEN, SINT en QUIZ voor films met (iets) minder productionele hoofdbrekens.
De leeuw kwam vervolgens weer in beeld toen de ontwikkelingen op het gebied van digitale effecten filmmakers in staat stelden steeds ingewikkelder trucageshots te bedenken. Voor SINT (2010) maakte Dick Maas gebruik van een flink aantal digitale shots, en dat beviel goed. Zo kon hij de niet-zo-goedheiligman over de daken laten galopperen zonder dat daar al te ernstige ongelukken van kwamen. Zou PROOI nu wel mogelijk zijn?

Dick stak zijn licht op bij Erik-Jan de Boer, wiens digitale trucageshots in LIFE OF PI goed waren geweest voor een Oscar. Het bleek dat een mannetjesleeuw inderdaad goed te animeren was. Het bleek ook dat dit zeer veel geld zou gaan kosten: al snel een miljoen euro voor een complete scène. Dat was met de bescheiden Nederlandse budgetten geen haalbare kaart. Conclusie: als PROOI een digitale leeuw zou krijgen, dan moest die spaarzaam worden toegepast. Geen probleem voor de regisseur. ‘Je zit niet negentig procent van de tijd naar een leeuw te kijken. Het gaat ook om de dingen er omheen: een liefdesrelatie, de omstanders, hoe mensen reageren als ze horen dat er een leeuw door de stad loopt. Want niemand gelooft het, niemand heeft hem gezien.’
Net als in vorig werk als AMSTERDAMNED, SINT en MOORDWIJVEN houdt Dick Maas met PROOI Amsterdam en Nederland een spiegel voor. ‘Er zitten Bosnië-veteranen in die hem wel even zullen aanpakken. Er is een zelfingenomen jager die door Victor Low wordt gespeeld die hem een kopje kleiner probeert te maken. Het is ontzettend om te lachen. Ik zou het ook geen horrorfilm willen noemen, het is veel meer een actiekomedie.’

Ondertussen was Maas voor het eerst in zijn carrière de samenwerking aangegaan met producent Dave Schram van Shooting Star Filmcompany. Hoewel Dave vier jaar later van de Filmacademie kwam dan Dick kunnen ze lezen en schrijven met elkaar. Dave Schram: ‘Ik heb al tijdens de Filmacademie dingen met Dick gedaan, meegeholpen aan zijn videoclips en een fotostrip die hij maakte voor Nieuwe Revu. Dan schreef Dick een spannend verhaal, maakte Kees Tabak er foto’s bij die ik vervolgens produceerde. Ik herinner me een strip over een man die zijn maîtresse vermoordt en in het bos begraaft. Maar omdat haar sjaal aan de achterbak blijft hangen arriveert hij op een feestje met zijn dooie maîtresse bungelend achter zijn wagen. Typisch Dick, altijd goeie ideeën.’
Het respect is wederzijds. Maas: ‘Ik ken Dave al zo lang en het is heel prettig werken met hem. Hij is niet zo’n producent die alleen maar met geld bezig is. Dave houdt van filmmaken en zet daar alles voor opzij. Ik heb weliswaar altijd een ander soort films gemaakt dan hij maar we vullen elkaar wel goed aan. Ik heb het overzicht hoe je een grote set bestiert en Dave weet heel goed hoe je iets zo voordelig mogelijk voor elkaar krijgt.’ Met Shooting Star (SONNY BOY, de Carry Slee-films) als partner kon PROOI dan eindelijk in productie.

Een klus voor Rob

Onder de filmspecialisten waarmee Dick Maas de afgelopen jaren heeft gewerkt neemt Rob Hillenbrink een speciale plek in. Met veertig jaar ervaring op het gebied van speciale make up, prosthetics en mechanische effecten is hij in Nederland de man om te benaderen voor een bijzonder effect. De laatste vijftien jaar heeft Robs Prop Shop in Purmerend bijdragen geleverd aan meer dan 100 film- en reclameprojecten, nationaal en internationaal. Een greep: de ijsbeer uit NOVA ZEMBLA, de Willem Holleeder-make up uit KOEFNOEN en de onderwaterlijken uit BORGMAN zijn allemaal door Robs team verzorgd. Ook de diabolische Sint uit de gelijknamige Maas-film is een creatie van Hillenbrink.
Voor PROOI konden Rob en zoon Erik Hillenbrink aan de slag met een mechanische leeuw, een zogenaamde animatronic. Dave Schram is lyrisch over de effectsman. ‘Rob is van wereldniveau. De leeuw was best duur om te maken dus hebben we hem van Rob gehuurd. Hij heeft er zoveel meer tijd inzitten dan wij konden betalen en hij kon er na afloop nog wat mee, wij niet. Inmiddels is hij alweer meerdere keren ingezet. Die Amerikanen vragen zich af: hoe heb jij dit gedaan?’

Aanvankelijk ging Dick Maas ervan uit dat hij alleen een leeuwenkop nodig had voor close ups van bijten in ledematen. ‘En een acteur moest ermee kunnen vechten, dat was het wel zo’n beetje. Maar toen heeft Rob hem op eigen initiatief groter gemaakt en kreeg hij twee voorpoten en een lijf. Dat is later allemaal van pas gekomen, want ik zou niet geweten hebben hoe we sommige scènes anders hadden moeten oplossen.’
De uiteindelijke animatronic weegt 100 kilo, heeft 35 verschillende motortjes, kan op z’n achterpoten staan en vergt drie man om alleen al de mimiek van de kop te bedienen. Naast Rob en Erik was dat medeontwerper Rodolfo Dellibarda. Werken met het gevaarte bleek vooral een kwestie van trial and error. Maas: ‘We hadden voor zijn eerste optreden een belangrijke scène waarbij de leeuw door een volle tram moest rennen. Het beest was pas op het laatste moment klaar en er was niet echt tijd om te oefenen geweest. Dus hoe beweeg je hem zo natuurlijk mogelijk? Dat moesten we allemaal ter plekke uitvinden. Best zenuwslopend, want die eerste keer was hij nog wel wat gebrekkig.’

Gedurende de opnamen werd de leeuw echter steeds beter omdat Rob er aan bleef werken. Zo kreeg hij kreeg sterkere motoren die niet zo snel kapot gingen. Maas: ‘We hadden op een gegeven moment een scène in de universiteit waarbij de leeuw ’s nachts onze hoofdrolspelers aanvalt, een combinatie van animatronic en 3d-leeuw. Dat zag er zo spectaculair en levensecht uit! De overgang tussen 3d en animatronic verloopt daar heel soepel.’
Aanvankelijk had de productie nog een derde optie achter de hand voor de leeuwenactie. In een dierenpark in Engeland was het mogelijk om wilde beesten tegen een green screen te filmen. Maas is gaan kijken maar concludeerde al snel dat het voor PROOI niet geschikt was. ‘Uiteindelijk was dat niet gelukt omdat de 3d-leeuw en de animatronic inmiddels zo goed werkten dat het niet meer zou hebben gematcht als je daar een echte leeuw naast zou zetten.’

Ook de investeerders van Prooi waren onder de indruk toen ze op een dag de set kwamen bezoeken. Dave Schram: ‘Dat beest stond op de meest onaantrekkelijke plek die je kunt bedenken: in een vrachtwagen met een doek eroverheen. Rob zet hem aan en hij begint te bewegen. Nou, ze schrokken zich de pleuris!’

Frisse gezichten

Voor de hoofdrollen van dierenarts Lizzy en haar vriend Dave wilde Dick Maas het liefst frisse gezichten. Dus acteurs met ervaring die echter nog niet in al teveel Nederlandse speelfilms te zien waren geweest. Toen hij de dramaserie OVERSPEL bekeek dacht hij zijn Lizzy gevonden te hebben. ‘Sophie van Winden had maar een bescheiden rol maar ik bleef eigenlijk alleen maar kijken omdat ik haar zo goed vond. Wel gesprekken gehad met andere, bekendere actrices maar zij bleef hangen voor mij.’
En dus kreeg Sophie het verzoek eens langs te komen op kantoor. Van Winden: ‘Dat was gelijk een leuk gesprek over waar de film over ging. Vlak daarna kreeg ik een telefoontje dat ik de hoofdrol had. Dat was wel een andere gang van zaken dan normaal. Het was ook best complimenteus om te horen dat een regisseur je al jaren volgt. Dat het niet voor niets is wat je al die tijd hebt gedaan.’

In de film is Lizzy de dierenarts van Artis. Wanneer de politie merkwaardige wonden aantreft op enkele recente slachtoffers van een geweldsmisdrijf komt haar expertise om de hoek kijken. Van Winden: ‘Ik ben de persoon die moet vaststellen dat het om een leeuw gaat en vervolgens houdt de politie me verantwoordelijk voor het pakken van dat beest. Daar zijn dan wel gespecialiseerde jagers voor nodig.’
De eerste jager die wordt ingeschakeld (een rol van Victor Löw) onderschat de taak schromelijk, iets wat hij dan ook niet kan navertellen. Lizzy weet wel een betere kandidaat. ‘Mijn personage heeft in Afrika gewoond en mijn ex Jack (de Britse acteur Mark Frost) was daar jager op groot wild. Hij heeft allerlei leeuwen gevangen en weet dus precies hoe dat moet. Alleen heeft hij een drankprobleem en recent een ongeluk gehad. Dus begint hij wat gehavend aan de strijd.’ Wat heet: Jack arriveert in een elektrische rolstoel.
Om de zaak nog wat ingewikkelder te maken heeft Lizzy net de relatie met haar vriend Dave (Julian Looman) beëindigd. ‘Dave heeft het verbruid en Lizzy ziet het niet meer zo zitten met hem. Op het moment dat het spannend wordt zoeken ze elkaar weer op. Dave wil het natuurlijk graag weer goedmaken, maar als haar ex terug in beeld komt maakt dat het er niet eenvoudiger op.’

Julian Looman bevestigt dat zijn personage Dave behoorlijk achter staat op punten wanneer de film begint. ‘Dave is een beetje een flierefluiter, een charmeur die achter elke vrouw aangaat die hij kan krijgen. Met Lizzy heeft hij een knipperlichtrelatie, hij belazert haar maar houdt toch ook van haar want hij weet dat zij de tofste is. Maar zijn onbetrouwbaarheid vindt ze duidelijk een probleem. Voor mij was dat dubbele het leuke aan de rol, er zit daardoor nog een extra laag onder. Anders wordt hij meer een soort player. Als Jack (Mark Frost) opduikt zorgt dat ook voor problemen, want ik ben het haantje en duld geen tweede haan naast me.’
Looman heeft zelf een dubbele nationaliteit en woont deels in Oostenrijk, het land van zijn moeder. Daar heeft hij televisie- en toneelervaring, hier in Nederland kennen we hem vooral van zijn hoofdrol in de musicalversie van Soldaat van Oranje. Maas: ‘De credit voor Julian gaat naar mijn regie-assistent Myrna van Gilst die hem op internet had gezien. We hebben hem over laten komen uit Oostenrijk en ik was onder de indruk. Ook weer eens een ander gezicht, want Julian ziet er goed uit. Wat ook voor Sophie gold, een perfecte match dus.’

Ter voorbereiding op de rol werd Van Winden door stuntcoördinator Marco Maas getest om te zien of ze sommige van haar eigen stunts zelf kon doen. Ze slaagde met vlag en wimpel. ‘Ik was heel trots dat ik het meeste zelf kon doen. Eigenlijk was er maar een scene waarvoor een stand-in werd gebruikt en dat had met de verzekering te maken.’
De actrice leerde onder meer dat er niet zoiets is als een ideale manier van vallen. ‘Je krijgt per stunt heel specifieke aanwijzingen, bijvoorbeeld hoe je uit een auto moet vallen en weg moet rollen. Dan leer je precies die manier van vallen voor die situatie. Er zijn zoveel verschillende manieren, het komt telkens neer op heel precieze aanwijzingen.’
Een andere manier van acteren ook? ‘Tja, het zijn natuurlijk andere voorbereidingen dan Shakespeare uit je hoofd leren. Maar regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen [Sophie won een Gouden Kalf voor diens LEEF!] zei: ‘Eigenlijk is er niet zo’n enorm verschil in het acteren zelf, het is belangrijk dat het waarachtig is wat je doet.’ Bij toneel moet je de achterste rij bereiken, bij film kun je zo dicht bij blijven als de camera is. Daar zit het grootste verschil, als het maar waarachtig is.’

De leeuw gaat los

In de zomermaanden van 2015 ging PROOI dan eindelijk voor de camera’s. In en rond Amsterdam, de stad waar Dick Maas al zoveel memorabele filmscènes draaide. Een iconische plek voor opnamen, vindt ook Sophie van Winden. ‘Om half een ’s nachts opgehaald te worden voor een night shoot en dan aan komen rijden bij het Vondelpark dat helemaal uitgelicht en afgezet is, dat is dan zo gaaf! De grachten die plotseling een jachtterrein zijn geworden. Het is echt fantastisch dat de stad zo goed gebruikt is.’
Geen film van Dick Maas zonder uitgebreide nachtopnamen, ontdekte ook Julian Looman. Als uitgesproken nachtmens geen probleem voor de acteur. ‘Je wordt om tien uur ’s avonds besteld en zit dan helemaal klaargestoomd op de set te wachten. Maar bepaalde zaken werken dan niet zoals ze moeten, een bepaalde hoogwerker die niet omhoog wil. En dan is het drie uur, je begint net moe te worden en roept iemand plotseling: ‘Nu draaien!’ Dan moet je wel direct gefocust zijn. En de grootste vijand van een night shoot is de opkomende zon. Zit je uiteindelijk toch nog op de laatste randjes van de nacht te draaien.’

Dan is het wel fijn een regisseur te hebben die ten allen tijde zijn rust bewaard, ervoer Dave Schram. ‘Tijdens de draaidagen was het soms net vakantie. Met Dick op de set heerst er een rust terwijl iedereen toch retehard aan het werk is. Het is een machientje dat zo perfect loopt dat buitenstaanders vaak denken: wordt er wel gewerkt? Ik denk dat Dick heel goed weet wat hij wil en mensen om zich heen verzamelt die zijn manier van werken respecteren.’
Leden van dat team waren onder meer cameraman Lennert Hillege (NOVA ZEMBLA), production designer Jan Rutgers (SÜSKIND), wapenexpert Rick Wiessenhaan (DE BOSKAMPI’S) en stuntcoördinator Willem de Beukelaer (BROS BEFORE HOS). Mensen die al vaker op een Dick Maas-set hadden gestaan en wisten dat hij niets aan het toeval overlaat.

Dick legt uit dat je in Nederland zo’n film niet anders kunt draaien. ‘Het budget is drie miljoen en het moet eruit ziet als een film van dertig miljoen. Dan kan alleen als je alles goed voorbereidt. Je kan dan niet op de set komen en nog eens kijken waar je de camera gaat neerzetten. Dat doe ik al niet bij gewone spelscènes, en zeker niet bij ingewikkeld gedoe als met een animatronic. Als je dan niet precies je shots hebt bepaald ga je geheid over budget.’
Dave Schram heeft wel een voorbeeld paraat van Dicks technisch inzicht. ‘Er zit een shot in de film waarbij de leeuw in een mortuarium achter een acteur langsloopt terwijl diens been er half af ligt. Dan weet Dick al dat zo’n shot in de studio moet worden gedraaid, waar de props vandaan moeten komen, welke verschillende plates daarvoor nodig zijn en dat het een fixed camera wordt. Als je zijn storyboard van dat moment ziet is het niet gewoon shot en tegenshot, maar alle verschillende lagen ervan, wel een stuk of vijf, zes. Als Lennert Hillege dan op de set komt weet hij precies wat van hem verwacht wordt. Een cameraman die dan zegt, ‘En als we het nou eens zo doen?’ moet niet bij Dick zijn.’

Voor Julian Looman zal PROOI toch altijd de film zijn waarin hij in gevecht moest gaan met een heuse menseneter. ‘Ik schaam me er een beetje voor, maar ik was best bang voor dat beest. Natuurlijk, ik besefte ook wel dat het een robot was. Maar dat beest is zo groot en zo levensecht! Als er eenmaal stroom doorheen gaat en hij kijkt je aan met die nare ogen, dan ben je dat gewoon vergeten. Hij moest dan naar mij happen, dat was zo realistisch. Dick liet dan gewoon de camera lopen en die bestuurder trok zelf zijn plan. Het was niet afgesproken dat de leeuw eerst links en dan rechts zou happen, het was meer van: we zien het wel. Vrij heftig hoor!’
Sophie van Winden denkt ook in de bioscoop nog verrast te zullen worden. ‘Nu was het vaak vechten tegen een losse klauw of gewoon de camera. Het hele plaatje krijg ik pas op de première te zien, dus dat wordt heel spannend.’ Weet ze nu ook wat ze moet doen als ze ooit een leeuw in het echt tegen het lijf loopt? ‘De dierenarts in Artis vertelde me dat je een leeuw het beste kan benaderen met dezelfde empathie alsof je een mens tegenover je zou hebben. Je moet zijn beweegredenen op dat moment zien aan te voelen, er zijn geen vaste regels voor.’

Dave Schram hoopt dat ook het volgende Dick Maas-project weer door Shooting Star geproduceerd zal worden. ‘Het is fijn om te werken met iemand die weet wat hij wil. PROOI is honderd procent geworden wat Dick voor ogen stond.’ Potentiële opvolgers genoeg. ‘Ik heb op kantoor denk ik tien ongeproduceerde scripts van hem liggen, en dat is nog maar een fractie van wat hij heeft geschreven. Het is jammer dat wij in zo’n klein taalgebied leven. In Amerika had Dick altijd werk gehad.’

Cast & crew

Sophie van Winden (Amsterdam, 1983) was amper van de Toneelacademie Maastricht toen ze haar eerste grote filmrol kreeg: LEEF! Het leverde Sophie een Gouden Kalf voor Beste Vrouwelijke Bijrol en directe bekendheid op. Ze werd lid van het Noord Nederlands Toneel, Groningen, en was tussen 2008 en 2012 vast verbonden aan het Nationale Toneel, Den Haag. Haar vertolkingen in de theaterversie van TIRZA en FAUST 1 & 2 maakten veel indruk. Voor die laatste rol ontving ze de Guido de Moor-prijs.
Op televisie was Sophie vervolgens te zien in de dramaserie REMBRANDT EN IK (als Saskia), en speelde ze de rol van Tanja Nijmeijer in de VPRO-serie EILEEN. Daarna volgden terugkerende rollen in seizoenen van zowel OVERSPEL als DOKTER DEEN. Ze was te zien in DE ONTMASKERING VAN DE VASTGOEDFRAUDE, en speelde de jonge Beatrix in LAND VAN LUBBERS. In het kostuumdrama KENAU speelde ze Magdalena, medestrijdster van Monic Hendrickx.
In 2015 stond Sophie op de planken met het stuk ZOUT OP MIJN HUID. Recent werd ze als nieuwe officier van justitie lid van het acteerteam van de tv-reeks HEER & MEESTER. En vanaf begin november staat Sophie in het theater met het zelfgeschreven HOLY F, een productie van Via Rudolphi waarin zij, Eva Marie de Waal en Simone van Saarloos in de huid van feministes van het eerste uur kruipen.

Julian Looman (Wenen, 1985) groeit in Oostenrijk op als zoon van een Nederlandse vader en Oostenrijkse moeder. In 2009 studeert hij af aan het conservatorium van Wenen in de richtingen muziek en acteren. Vrijwel direct kan hij in het theater aan de slag. Onder regie van Birgit Doll is hij dat jaar te zien in Shakespeare’s EIN SOMMERNACHTSTRAUM. Werner Sobotka regisseert hem in het blijspel TSCHÜSS, DAS WAR DER ORF! Vanaf 2010 kan hij ook in Duitsland terecht, hij speelt er musicals (FULL MONTY, INTO THE WOODS, SUNSET BOULEVARD, CABARET). In Zwitserland staat hij op de planken in ANNA KARENINA.
Via zijn Nederlandse vriendin Annemieke van Dam komt Julian in 2010 in contact met de producenten van SOLDAAT VAN ORANJE, de musical. Julian is een van de acteurs die de hoofdrol van Erik Hazelhoff Roelfzema mag spelen. Hij werkt één seizoen voor SOLDAAT VAN ORANJE. Binnenkort is Julian te zien in de nieuwe dramaserie WEEMOEDT en dit najaar al als SS-generaal in de tv-film MENTEN.
Momenteel verdeelt Julian zijn tijd tussen acteren in Nederland, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Hij spreekt vijf talen.

Mark Frost (Longbridge, Birmingham 1968) is een Brits acteur die doorbrak met zijn vertolking van Dr. Rawlings in de langlopende ziekenhuisserie DOCTORS. Frost speelde in de periode 2000/2001 maar liefst 157 maal de arts. In een andere geliefde Britse reeks, THE BILL, had hij een terugkerende rol als rechts-radicale crimineel. Recent was Mark te zien in de populaire reeks POLDARK. Film waarin hij heeft opgetreden zijn FAUST, STONED, A HUNDRED STREETS, BLUE JUICE en MAYHEM. Ook is hij door zijn karakteristieke stem een veelgevraagd stemacteur voor onder meer videogames.
Mark was in 2012 te zien als The Joker in de internationale theaterproductie Batman Live.

Rienus Krul (Wageningen 1978) is opgeleid als acteur aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Hij was te zien in theaterproducties van onder andere het Nationale Toneel Jong, tv-series als KEYZER & DE BOER ADVOCATEN, STELLENBOSCH en FLIKKEN MAASTRICHT en verschillende korte films. Hij treed regelmatig op in commercials. Naast zijn werk voor theater, tv en film heeft Rienus zich met KrulVoices gespecialiseerd in voice-over werk. Hij heeft zijn eigen geluidsstudio.
Prooi is Rienus’ eerste grote speelfilm.

Victor Löw (Amsterdam, 1962) volgde zijn acteursopleiding bij Studio Herman Teirlinck in Antwerpen, waarna hij een aantal jaren in de Blauwe Maandag Compagnie speelde. Zijn filmdebuut maakt hij in 1991 in DE NOORDERLINGEN van Alex van Warmerdam. Het was het begin van een veelzijdige carrière, waarin film-, televisie- en theaterrollen elkaar afwisselen. Belangrijke toneelprijzen die Löw won zijn de Arlecchino voor Beste Mannelijke Bijrol in WINTERAVOND van Hugo Claus en de Louid d’Or voor de titelrol in SUKARNO bij het Nationale Toneel. Voor die laatste prijs werd hij opnieuw genomineerd met zijn solovoorstelling DE REDENAAR. In 1999 speelde hij onder regie van de legendarische toneelschrijver Edward Albee in diens ZOO STORY, een uitvoering die genomineerd werd voor de Toneel Publieksprijs. Dat gebeurde ook met de voorstellingen REQUIEM VOOR EEN ZWAARGEWICHT, DE DOOD EN HET MEISJE en ONE FLEW OVER THE CUCKOO’S NEST. Hij ontvings Toneel Publieksprijs dan toch in 2010 voor OOG OM OOG.
In de bioscoop maakte Victor al snel veel indruk dankzij een bijrol in Oscarwinnaar KARAKTER (1997). Voor zijn de rol als politie-informant in LEK won Löw een Gouden Kalf. Andere memorabele filmoptredens waren ANTONIA, ABELTJE, FLORIS, PLAN C en MICHIEL DE RUYTER.
Op televisie werd Victor door een breed publiek gezien in VOETBALVROUWEN, KEES & CO, WE GAAN NOG NIET NAAR HUIS en SEINPOST DEN HAAG. Indrukwekkend was zijn vertolking van DNB-directeur Nout Wellink in de dramareeks DE PROOI. Meest recent was te zien in het laatste deel van DE VERLEIDERS, de theaterreeks over de bankencrisis.

Onvergelijkbaar binnen Nederland, dat is Dick Maas. En dan hebben we het niet alleen over zijn bezoekcijfers. Sinds hij in 1983 zijn eerste bioscoophit scoorde met DE LIFT heeft Dick zijn eigen koers gevaren, wars van trends, subsidies en kritieken. Het leverde hem tot over de landsgrenzen een reputatie op van eigengereid filmmaker.
Dick Maas (Heemstede, 1951) studeerde in 1977 af aan de Nederlandse Film en Televisie Academie met de korte zelfmoordkomedie ADELBERT. Het was de opmaat voor een hele serie shorts die Maas’ morbide gevoel voor humor verried. In 1981 realiseerde hij de televisiefilm RIGOR MORTIS, waarin Wim T. Schippers het record levend-begraven-liggen tracht te verbreken terwijl zijn vrouw hem bedriegt.
Maas brak in 1983 door met DE LIFT, de eerste succesvolle horrorfilm in Nederland gemaakt. Hij ontving de Grand Prix op het filmfestival van Avoriaz, maar belangrijker nog: de betrekkelijk goedkoop vervaardigde LIFT was een enorme publiekstrekker: 648.000 bezoekers. Net als zijn inspirator John Carpenter componeerde Maas zelf de synthesizerscore.
Dick Maas bracht met producent Laurens Geels de komedie FLODDER uit en samen startten ze een eigen filmstudio, First Floor Features. Een slordige 2,3 miljoen bezoekers verder had Nederland dan eindelijk een opvolger voor Paul Verhoeven gevonden. Maas ontving voor zijn eerste twee films een Gouden Kalf, zijn studio produceerde ondertussen het regiedebuut van Alex van Warmerdam Abel, Gouden Kalf-winnaar LANG LEVE DE KONINGIN van Esmé Lammers en Oscar-winnaar KARAKTER van Mike van Diem. Een aantal van de 65 door FFF geproduceerde afleveringen van FLODDER-de televisieserie schreef Maas zelf. Het bezoek bleef toestromen: AMSTERDAMNED (1 miljoen toeschouwers), FLODDER IN AMERIKA (1,5 miljoen) en FLODDER 3 (400.000).
In 1993 regisseerde Dick, onder productie van George Lucas, een aflevering van de televisieserie THE YOUNG INDIANA JONES CHRONICLES. Twee voor de internationale markt geproduceerde thrillers sloegen minder aan, DO NOT DISTURB met William Hurt en een remake van DE LIFT, DOWN (2001) met een hoofdrol voor Naomi Watts. First Floor Features moest in 2004 haar deuren sluiten maar Maas ging niet bij de pakken neer zitten. Met een nieuwe producent, Tom de Mol, scoorde hij twee grote hits, MOORDWIJVEN en SINT. De derde samenwerking met De Mol toonde Maas van een andere kant. QUIZ (2012) was een ingetogen karakterstudie met twee goed uitgewerkte centrale personages, memorabel vertolkt door Pierre Bokma en Barry Atsma.

In 1987 sloegen Dave Schram, Maria Peters en Hans Pos de handen ineen voor een eigen productiemaatschappij: Shooting Star Filmcompany. Het Amsterdams bedrijf speelde zich in 1995 internationaal in de kijker met het kostuumdrama DAENS van Stijn Coninx. Shooting Star zou aan de weg blijven timmeren. Ze produceerde Jeroen Krabbé’s debuutfilm LEFT LUGGAGE (1997), en maakte een reeks buitengewoon succesvolle jeugdfilms van Maria Peters. DE TASJESDIEF, KRUIMELTJE en twee PIETJE BELL-avonturen trokken gezamenlijk ruim drie miljoen bezoekers. Met de ambitieuze verfilming van Annejet van der Zijls biografische roman SONNY BOY kwam in 2005 een langgekoesterde droom uit voor Peters. Het historisch epos was goed voor 400.000 bezoekers.
Dave Schram pakte in 2006 na vele jaren de regiedraad weer op door met TIMBOEKTOE de tweede Carry Slee-verfilming van Shooting Star te realiseren. Hij regisseerde er vervolgens nog vier, en ontving in 2012 een Rembrandt Award voor RAZEND. SPIJT! werd de best bezochte van de reeks, en ook de meest bekroonde. Schram haalde er meer dan veertig internationale onderscheidingen voor binnen. Met DE GROETEN VAN MIKE! bewees Maria Peters in 2012 andermaal dat ze de jeugdfilm als geen ander beheerst. Peters schreef de scenario’s voor alle acht Carry Slee-verfilmingen van Shooting Star, waarvan de laatste twee, PIJNSTILLERS en KAPPEN, door haar dochter Tessa Schram werd geregisseerd.
Producent/regisseur Hans Pos (BELLA BETTIEN, COP VS. KILLER) overleed in 2014 na een langdurige ziekte.