persdossier HAUT

In 2016 won projectontwikkelaar Lingotto een tender van de gemeente Amsterdam voor een nieuwe woontoren die hoog moest scoren op de punten duurzaamheid en ontwerp. Lingotto’s keuze voor hybride houtbouw was gewaagd, en leidde tot een ontwikkelings- en bouwtraject vol unieke uitdagingen. Het resultaat is echter een woongebouw van iconische kwaliteit: HAUT.

‘In 2016 schreef de gemeente Amsterdam een tender uit voor een perceel aan de Amstel, ter hoogte van de Korte Ouderkerkerdijk. De biedende partij die op de punten duurzaamheid, ontwerp en grondprijs het best zou scoren, zou de prijsvraag winnen. Bij Lingotto zeiden we toen: doe eens gek. Zullen we op deze tender houtbouw inzetten als ultiem voorbeeld van duurzaamheid, en daarmee die prijsvraag winnen? En dat hebben we met HAUT gedaan.

Houtbouw is een nieuw vakgebied met enorme uitdagingen. Door als eerste in Nederland voor een hoge woontoren in hout te kiezen heeft Lingotto echt de nek uitgestoken. We willen een voorbeeld zijn voor de industrie. Wij geloven in hout. Toch zijn we geen moraalridders die met de vinger wijzen naar al dat vervuilende beton. Je moet gebouwontwerpen hybride blijven benaderen: welk materiaal is gunstig voor welke functie en op welke plek? Soms komt daar veel hout uit, soms weinig of geen: dat hangt van zoveel factoren af. Maar verduurzamen in de bouw begint wel met jezelf de vraag stellen: zou dit ook in hout kunnen? En waarom niet? Give it a try.

Wat dat betreft staat HAUT voor Lingotto. Het is wat we bedoelen met: anders kijken. Wij zien mogelijkheden die anderen vaak nog niet zien.’

Gerard Comello, partner bij Lingotto

1. Een woontoren in hout: de conceptie van HAUT.

Onze steden blijven groeien terwijl de bouwruimte vaak beperkt is. Dan luidt de conclusie al snel: de hoogte in. Maar woontorens bouwen betekent ook extra vervuiling: het produceren van het benodigde staal en beton levert een enorme CO2-uitstoot op. Hout is een bouwmateriaal dat het milieu niet belast en onbeperkt leverbaar is. Waarom gebruiken we het dan niet vaker? Het was deze vraag die projectontwikkelaar Lingotto op het pad naar een bijzonder ontwerp zette: HAUT. Met een hoogte van 73 meter en 21 verdiepingen is het de hoogste houten woontoren van Nederland.
Voor een land met een traditie van beton- en staalbouw is HAUT een exceptioneel project. In tegenstelling tot landen als Duitsland en Oostenrijk wordt in Nederland weinig met hout gebouwd, en al helemaal niet op grote hoogten. De uitdagingen voor het bouwteam waren dan ook aanzienlijk. Hoe groot wordt de druk op de houten constructie? Hoe creëer je de juiste mate van constructieve stijfheid? Hoe zit het met geluidsoverdracht en windbelasting? En is er sprake van groter brandgevaar?

HAUT kwam voort uit een tender van de gemeente Amsterdam. Voor een perceel aan de Korte Ouderkerkerdijk wilde de gemeente specifiek een gebouw dat hoog zou scoren op de punten duurzaamheid en architectuur. Enkele jaren eerder was aan de nabij gelegen Spaklerweg al een zeer duurzame woontoren verrezen: De Spakler. Projectontwikkelaar was daar Lingotto uit Amsterdam, die bij de nieuwe inschrijving een stap verder wilde gaan. Partner Gerard Comello: ‘Bij De Spakler lag de focus op energieneutrale exploitatie van het gebouw. Er was toen minder aandacht voor de duurzaamheid van het bouwproces. Door hout als bouwmateriaal te kiezen konden we bij HAUT de CO2-uitstoot al tijdens het bouwproces verminderen. Omdat HAUT zoveel minder CO2 uitstoot tijdens de bouw dan de Spakler, duurt het uiteindelijk 65 jaar voordat De Spakler
CO2-vriendelijker is dan HAUT.’
Het ontwerp van HAUT ontving in 2018 een BREEAM-NL Outstanding Ontwerpcertificaat. Nooit eerder werd in Nederland deze hoogste kwalificatie voor duurzaamheid toegekend aan een woongebouw.

Waarom is hout zulk duurzaam bouwmateriaal? Allereerst levert de productie ervan, het groeien van bos, geen CO2-uitstoot op. In tegendeel, bomen nemen juist veel CO2 op. Dat wordt opgeslagen in het hout en komt pas vrij wanneer het hout verbrandt of verrot. Door hout als bouwmateriaal te gebruiken vermijd je de uitstoot, en door productiehout te blijven aanplanten zal ook de CO2-opname van het bos op peil blijven.
Bijkomend voordeel is dat hout eenvoudiger te verwerken is dan staal of beton, en lichter is in het vervoer. Allemaal positieve bijdragen aan de klimaatdiscussie. Projectleider Thijs Croon van Lingotto: ‘We denken in Nederland niet snel aan hout als bouwmateriaal, maar de twee oudste gebouwen van Amsterdam zijn van hout. De CO2 zit daar al honderden jaren opgeslagen. Landen als Zwitserland en Oostenrijk staan vol met duurzame houten gebouwen. Wij verwachten op termijn een revolutie waarbij je in de steden gestapelde bouw in hout krijgt.’

Klimaatprobleem
Om de tender te kunnen winnen moest Lingotto een sterk bouwteam samenstellen. Het eerste telefoontje ging naar ingenieursbureau Arup, een partij met veel ervaring bij het adviseren over houten constructies. Directeur Arup Nederland Matthew Vola reageerde meteen enthousiast. ‘Er is een klimaatprobleem waar de bouwindustrie significant aan meedoet. Zo’n kwart van alle CO2-uitstoot komt uit onze sector. Hoe meer hout we gebruiken, hoe minder beton en hoe minder CO2-uitstoot. Daarbij zit er ook nog eens CO2 in hout opgeslagen. Het is een win-win.’
Als architectenbureau werd Team V Architectuur ingeschakeld. Ze zijn de ontwerpers van Y Towers, een hotel- en een woontoren van elk 100 meter hoog naast de ADAM-toren in Amsterdam Noord. Ook daar viel het plan om in hout te gaan bouwen in goede aarde. Architect Do Janne Vermeulen: ‘Op het gebied van architectuur kun je hout echt laten zien, met name binnen: je beleeft hout als materiaal. En het is flexibel. Met beton maak je mallen en wil je zoveel mogelijk herhaling in je elementen hebben, want dat scheelt mallen. Hout zaag je uit, computergestuurd. Dan maakt het niet meer uit of de delen repeterend zijn of dat alle elementen verschillen.’

De drie partijen bezonnen zich op een ontwerp om de gemeente Amsterdam te kunnen overtuigen. Al snel werd vastgesteld dat de constructie moest bestaan uit verlijmde houtdelen om succesvol te kunnen zijn. Maar om hoog te scoren volgens het duurzaamheidkeurmerk BREEAM was meer nodig dan alleen ecologisch verantwoord bouwmateriaal gebruiken. Gerard Comello: ‘Natuurlijk gingen we voor de hoogste ambitie: BREEAM Outstanding. En dat zeiden onze concurrenten ook. Om de hoogste BREEAM-score te halen moet je wel heel veel doen. Alles wat je kunt verzinnen op het gebied van duurzaamheid moet je uit de kast halen om de volle vijf sterren te kunnen realiseren.’
Het ontwerp dat hier uit rolde viel in de smaak bij de gemeente: HAUT won de tender. Architect Do Janne Vermeulen: ‘Ik vind dat gemeentes zo’n tender vaker moet uitschrijven. Het is een van de weinige middelen die er zijn om in een vroege fase, nog voordat er sprake is van welstandscommissie of bestemmingsplan, te kunnen sturen op kwaliteit. Door in een vroeg stadium marktpartijen te betrekken en als gemeente de lat heel hoog te leggen, krijg je ambitieuze inschrijvingen en mooie resultaten. Kortom, het geeft je veel meer middelen om een leefbare en duurzame stad te realiseren.’

2. Onbetreden gebied: het ontwerpen van HAUT.

De tender werd gewonnen met een schetsontwerp. Toen er eenmaal een definitief ontwerp lag werd een aannemer aan het bouwteam toegevoegd. De keus viel op J.P. van Eesteren uit Rotterdam, bouwer van ambitieuze projecten als de Markthal in Rotterdam en het Paleis van Justitie in Amsterdam. Projectmanager Jeroen Dunnebacke van ‘J.P.’ denkt niet dat veel aannemers deze klus hadden kunnen klaren. ‘Je ziet dat veel bedrijven heel risicomijdend zijn, wij proberen risico’s vooral het hoofd te bieden. Houtbouw is extra complex omdat je met z’n allen uitgaat van aannames over iets dat nog nooit gebouwd is. Je denkt dat het kan, maar je weet het nog niet zeker.’

Het schetsontwerp dat was ingediend voor de tender ging uit van een honderd procent houten constructie. Om de benodigde stijfheid te bereiken zouden op de houten wanden stalen strips moeten worden bevestigd. Gaandeweg het ontwerpproces werden die dikker en dikker. Thijs Croon van Lingotto: ‘Op een gegeven moment bleken dat geen staalstrips meer te worden maar leken het meer kolommen die we aan de houten wanden gingen vastschroeven. Zoveel staal voelde niet goed als het doel is om een CO2-vriendelijk gebouw neer te zetten. Zo kwamen we uit bij een betonnen kern.’
Er werd een zogenaamd materialenpaspoort samengesteld, waarin precies omschreven staat welke bouwmaterialen (hout, staal, beton, gips, glas etc.) er in een gebouw gebruikt zijn en hoe het kan worden gedemonteerd. Met dit paspoort kan ook de uitstoot van CO2 per materiaalsoort worden bekeken. Toen bleek dat de variant ‘hout met beton’ qua uitstoot beter scoorde dan ‘hout met staal’. Matthew Vola: ‘De constructie van HAUT stoot circa 50% minder CO2 uit dan wanneer HAUT in beton zou zijn gebouwd. Het draagt dus significant bij, we zijn echt blij met die uitkomst. En dan was HAUT ook nog best moeilijk om te bouwen. Als we bij nieuwe projecten opnieuw voor hout kiezen, het liefst wat minder hoog, dan schiet meteen die CO2-besparing omhoog.’

De correcte term voor een houten gebouw is een houthybride, legt Gerard Comello uit. ‘Een gebouw is immers altijd een samengesteld geheel van verschillende bouwmaterialen. In het geval van HAUT zijn dat een betonnen fundering, een houten casco met een betonnen liftkern en een glazen gevel. Dat is hybride bouwen.’ Vloeren en wanden zijn van Cross Laminated Timber. Dit CLT-materiaal is sterker dan massief gezaagd hout. Ook de windbelasting was een argument om voor een houthybride te kiezen. Matthew Vola van Arup: ‘Bij wind komen de houten verbindingen onder trek te staan. Een betonnen kern gaat dat tegen. Hadden we voor staal gekozen, had dat teveel CO2-uitstoot betekend. De duurzaamheidcomponent gaf de doorslag: hout waar het kan, en andere materialen waar nodig.’
De manier waarop hout en beton zich ten opzichte van elkaar gedragen leverde Arup heel wat rekenwerk op. Vola: ‘Je hebt krimp door uitdroging en je hebt kruip, dat is de toenemende vervorming bij een gelijkblijvende belasting. Dat zie je bij doorzakkende boekenplankjes. Daar moet je bij een boekenkast van 70 meter hoog extra goed naar kijken. We hebben hier rekensommen op losgelaten die we normaal alleen zouden doen voor superhoge torens van zo’n vierhonderd meter hoog.’

Innovatieve oplossingen
Veel van de specifieke uitdagingen vroegen om innovatieve oplossingen. Architect Do Janne Vermeulen van Team V: ‘Je wil als koper van een luxe appartement zeker weten dat je woning niet beweegt, kraakt of dat je de buren straks hoort lopen.’ Het voorkomen van geluidsoverlast kon bestreden worden door op de houten vloeren een laagje beton aan te brengen. Dit hielp meteen mee de stabiliteit van HAUT te vergroten.
Jeroen Dunnebacke van J.P. van Eesteren snapt het als mensen vraagtekens zetten bij het betongebruik. ‘Critici vragen zich af of we voor een houten gebouw niet teveel beton gebruiken. Ik vind dat als je nadenkt over duurzaamheid, je moet nadenken over de beste toepassingen van je materiaal. De houten vloerplaten hebben beton nodig voor de akoestische demping. Je kunt ook voor hout kiezen, alleen zou je dan een vloer van een halve meter dik nodig hebben. Nu is dat de helft.’

Alsof een houten wolkenkrabber (het woord plyscraper is hiervoor bedacht) al niet ingewikkeld genoeg was, vergde ook de specifieke locatie de nodige hoofdbrekens. Het perceel aan de Korte Ouderkerkerdijk loopt evenwijdig aan een onaantastbaar ondergronds dijklichaam aan de Amstel, wat de fundering beperkingen opleverde. Tijdrovend was de constructie van een waterkerende diepwand van zestig meter lang, dertig meter diep en één meter dik. Ook moest rekening gehouden met datakabels die ter hoogte van de puntige hoek bovengronds kwamen. De asymmetrische plattegrond van HAUT leverde tenslotte uitdagingen op het gebied van torsie op. Toen dat allemaal in het computermodel was ingevoerd, en de berekeningen aangaven op welke wijze deze kwesties konden worden opgelost, kon de bouw van start gaan.

3. Hout, een levend bouwmateriaal.

Met de huidige bouwtechniek is geen comfortabele woontoren in puur hout van boven de veertig meter te realiseren. Dan zou je zulke dikke kolommen en wanden krijgen dat het een directe impact heeft op het aantal bruikbare vierkante meters. De oplossing voor hoogbouw zit in verlijmd hout, prefab bouwelementen met een grote dragende kracht. Door vurenhouten planken in meerdere lagen op elkaar te lijmen ontstaan platen (CLT) en balken (Glulam) die uitermate geschikt zijn voor grootschalige bouwprojecten.
Bij CLT (ook wel kruislaaghout genoemd) worden gezaagde planken kruislings verlijmd tot massieve panelen van 15 bij 3 meter. Dikte is 30 cm. Uit de panelen worden de wanden en vloeren gezaagd. Bij Glulam (ook bekend als gelamineerd hout) worden vurenhouten planken juist parallel in de lengterichting verlijmd. Dat levert op de kopse kanten extra draagkracht op, wat Glulam perfect maakt voor verticale kolommen en horizontale balken.

De techniek van verlijmd hout (‘plywood’) stamt uit de tweede wereldoorlog, toen de Amerikaanse vliegtuigindustrie wegens schaarste van aluminium op zoek ging naar alternatieven. Diverse designklassiekers uit de jaren ’50 en ’60 zijn meubelstukken van plywood. In Oostenrijk werd in de jaren negentig het principe van CLT ontwikkeld en verder geperfectioneerd. Zo ontdekte men dat naaldbomen die op berghellingen groeien sterker hout leveren. Het gebruik van CLT nam deze eeuw een grote vlucht toen houtproducenten met duurzame bosbouw in landen als Oostenrijk en Canada door een afnemende vraag naar papier gingen zoeken naar alternatieven voor hun productiehout. Gerard Comello: ‘En nog steeds is er in Europa een overschot aan houtproductie. Hoe meer we in hout gaan bouwen, hoe beter dit is voor de duurzame bosbouw.’

Combivloer
Speciaal voor de houtconstructie koos Lingotto ervoor om al tijdens het ontwerpproces in zee te gaan met een ervaren Duitse onderaannemer. Thijs Croon: ‘Je kunt het hout rechtstreeks van een producent kopen, maar de firma Brüninghoff zat daar bij HAUT nog tussen. Zij kopen de CLT-panelen bij Mayr Melnhof in Duitsland, bewerken ze daarna tot prefab wanden en vloeren en schroeven op de locatie het gebouw in elkaar. Ze nemen dus ook een bepaalde verantwoordelijkheid. Dat kost geld, maar je krijgt er expertise voor terug en je hebt risico afgekocht.’ Ook in verlijmde vorm blijft hout een natuurproduct: krimp en vochtopname zijn factoren om bij de bouw rekening mee te houden. Dan is die expertise heel welkom.
Projectleider Jeroen Dunnebacker van J.P. van Eesteren vond het hele productieproces fascinerend om te volgen. ‘Het hout werd gekapt in Oostenrijk en Duitsland, waarna het in de fabriek van producent Mayr Melnhof werd gezaagd en verlijmd tot CLT-platen. Ter plekke werden de bouwelementen voor HAUT uitgefreesd, waarna de delen naar de fabriek van Brüninghoff in Duitsland gingen.’ Daar vonden de laatste bewerkingen plaats en ontstonden de vloerelementen van gecombineerd hout en beton. Die combivloeren gingen dan op de vrachtwagen naar Nederland waar ze op hun plek getakeld en gemonteerd werden. Dit levert een ‘schone bouwplaats’ op met zeer weinig afval.

Voor de bewoners van HAUT zijn de houten plafonds echt een cadeau: ze geven een warme en bijzondere sfeer in relatief strakke, moderne woningen met veel glas in de gevel. Wat veel mensen niet weten is dat CLT een
aanzienlijke brandvertragende werking heeft. Als het in aanraking komt met vuur begint het in eerste instantie te branden. Echter al snel verkoolt de eerste houtlaag, waarmee de zuurstoftoevoer naar de volgende laag wordt afgesloten. De brandwering van een CLT-wand of -plafond kan wel oplopen tot zestig minuten.
Dat nam niet weg dat brandgevaar bij het ontwerpen van HAUT hoog op de agenda stond, vertelt Mathew Vola van Arup. ‘Hout is nu eenmaal brandstof, we moeten daar veel aandacht aan besteden. Uit praktijktests is gebleken dat brandende vlakken, bijvoorbeeld een wand en plafond, elkaar kunnen beïnvloeden. Dit werd ook in het ontwerp van HAUT als een risico meegenomen. Daarom hebben we besloten de houten wanden te beschermen met brandwerende gipsplaten.’ Achter de platen konden de leidingen voor elektra en water worden weggewerkt. Ook dragen ze bij aan de geluidsisolatie van de woningen.

Ten overvloede werd een sprinklerinstallatie geplaatst, al was die niet verplicht. Architect Do Janne Vermeulen: ‘Het was volgens de brandvoorschriften en de berekeningen niet nodig, maar het geeft natuurlijk wel rust. In de beleving van de meeste mensen biedt een sprinkler een enorm veilig gevoel, want het dooft het mogelijke vuur ter plekke.’ Gerard Comello snapt dat bij zo’n project de brandvraag zich als eerste aandient. ‘Iedereen vraagt ons: ‘Is zo’n houten gebouw wel brandveilig?’ Het antwoord is een volmondig ‘ja’. De kwestie van brandveiligheid was dan ook snel opgelost. Bij hout is de constructieve stijfheid en de geluidsoverdracht een veel grotere uitdaging.’

4. HAUT: pionier en voorbode.

Voor aannemer J.P. Van Eesteren was het bouwtraject van HAUT niet eens zo afwijkend van andere ambitieuze projecten. Ook de houten bouwelementen werden met een torenkraan omhoog getakeld en verankerd met dezelfde schoren als bij betonwanden. Het grote verschil was dat ze zorgvuldig ingepakt waren voor vervoer zodat ze niet nat konden worden of beschadigen. Jeroen Dunnebacke: ‘De vloerplaten zijn tegelijk de plafonds van de woningen, en zijn al afgelakt als ze de bouwplaats bereiken. Het is dus al direct de eindbewerking en daarin wil je geen beschadigingen oplopen.’
Bij houtbouw kan regen een spelbreker zijn. Meer dan bij beton en staal moet er daarom op een droge manier gebouwd worden. Als het hout te nat regent krijg je opgesloten vocht in de constructie. De gevel wordt daarom vrijwel gelijk met de constructie opgebouwd, zodat die snel waterdicht kan worden afgesloten. Verder gaat de hemelwaterafvoer direct mee naar ‘boven’ en worden alle vloernaden afgeplakt zodat er geen water door kan lekken. Dunnebacke: ‘Die vochtbeheersing is puur gericht op de bouwfase. Als uiteindelijk het gebouw staat zit immers al het hout aan de binnenkant. De gevel bestaat uit glas en zonnepanelen, en de horizontale randen zijn van steencomposiet.’ Het verwerkte hout wordt dus nooit nat en hoeft ook niet geschilderd te worden.

In een land met een traditie van bouwen in beton en staal is een houten woontoren een uitzondering, en daarom duurder om neer te zetten. Maar dat is een kwestie van tijd, denkt het HAUT-team. Do Janne Vermeulen: ‘Dit is nu echt nog wel duurder dan bouwen in beton, ook omdat het complexer is. Wil je de voordelen van een kortere bouwtijd en een lichtere constructie gaan kapitaliseren, kan dat alleen als het makkelijker wordt om uit te voeren. Dus ik denk dat de hele bouwketen zich meer bewust moet zijn van de mogelijkheden. Als iedereen er beter mee bekend raakt wordt er sneller voor hout gekozen en kunnen de kosten omlaag.’ Wat acceptatie ook zal versnellen is niet té hoog te bouwen. Hoe lager een gebouw, hoe eenvoudiger de constructie en hoe groter de hoeveelheid gebruikt hout ten opzichte van beton. En dat heeft weer een grotere positieve impact op het milieu. Zo is Lingotto ondertussen begonnen met de constructie van een kantoorgebouw in Utrecht van slechts drie lagen, met een houten casco en een glazen gevel.

Houten eeuw
Wat er op korte termijn naar beneden kan zijn manuren op de bouwplaats, omdat het werken in hout sneller en makkelijker gaat. Een wandelement kan met een lichtere takel en minder mensen geplaatst worden. Waar beton moet drogen, kunnen houten delen direct aan elkaar worden bevestigd. Wanneer een aannemer zijn installaties wil bevestigen kan hij die met een eenvoudige boormachine erin schroeven. Dat is een stuk sneller dan ze met verankerde bouten in beton moeten aanbrengen.
Ook de prijs van hout zou naar beneden kunnen, denkt Jeroen Dunnebacke van J.P. van Eesteren. ‘Als wij in Nederland meer in hout gaan bouwen, gaat het ook lukken om hier productiebossen en productiefaciliteiten te creëren. Dan hoeft het hout niet helemaal uit Oostenrijk te komen en worden de vervoersstromen veel korter. Ik geloof daar wel in. In HAUT zit 2800 kuub CLT, dat is in de Oostenrijkse bossen in ongeveer twee uur weer aangegroeid. In Nederland zal dat minder snel gaan, maar waarom zouden we hier niet in een week een gebouw kunnen laten groeien?’
Hoe groter de vraag naar hout, hoe meer bossen er zullen komen. Dat leidt weer tot een grotere CO2-opname en ook meer CO2-opslag. En meer hout betekent minder beton. Het is win, win en win.

Bij al die innovatie zou je bijna vergeten waar het uiteindelijk allemaal om draaide: het neerzetten van een prettig woongebouw. Uniek ook: HAUT is een woontoren met slechts 52 woningen met een gemiddelde grootte van 160 vierkante meter. Dat bestond in Amsterdam nog niet. Het is er bijzonder exclusief wonen: in het gebouw zitten meestal twee of drie woningen per etage, maar de twee grootste appartementen beslaan elk een complete verdieping. Tevens zitten er in de driehoekige punt twee spectaculaire woningen van elk over twee lagen.
Toch denkt Gerard Comello van Lingotto dat de aantrekkingskracht van HAUT verder gaat dan alleen luxueus wonen. ‘Houten hoogbouw heeft een impact die groter is dan alleen prestige. Hout is natuur. Er komen steeds meer bewijzen dat als mensen zich omgeven weten door houten plafonds en kolommen, dit een rustgevende werking heeft.’

Comello zou graag zien dat hout de derde basisoptie wordt voor constructies, en dat hout in elk bouwproject door ontwerpers tenminste overwogen wordt. ‘Ons verhaal is niet tegen staal en beton. Alleen heeft hout het voordeel dat er CO2 in- en niet uitgaat, dus je staat direct met 1-0 voor. Wij geloven in hybride bouwen, je moet het juiste materiaal inzetten waar het ’t beste werkt. Hout is bijzonder geschikt voor een casco, glas is een goed bruikbaar voor een gevel met mooi uitzicht.’
Voor projectontwikkelaar Lingotto is HAUT geen eenmalig experiment, weet projectleider Thijs Croon. ‘We zij zo enthousiast en geloven zo in hout als bouwmateriaal dat we nu in Utrecht een tweede project zijn begonnen. Ook andere projectontwikkelaars zijn ermee bezig, je ziet het ene na het andere initiatief verschijnen. Fantastisch dus dat wij iets hebben kunnen bijdragen aan het begin van deze revolutie, de duurzame houtrevolutie. Het is het begin van een houten eeuw.’