Cultuur delen met de buren

OVER DE GRENZEN

Nederlandse culturele instellingen van naam werken steeds vaker samen met partners uit het buitenland. Zo is Rembrandts dubbelportret van Marten en Oopjen aangekocht met steun van de Franse staat. Hoe komen zulke coproducties tot stand en wat maakt ze tot een succes? Een museum en twee orkesten delen hun ervaringen op het gebied van de internationale samenwerking. ‘Je moet elkaar leren vertrouwen.’

Het Drents Museum op een doordeweekse ochtend. Rond het schilderij Morning Sun van Edward Hopper drommen Duitse middelbare scholieren. Een vrouw, zittend op haar door het ochtendzonlicht beschenen bed, staart naar buiten. Met een melancholieke blik, oordeelt één leerling, een ander vindt haar eerder verbeten kijken. Hun leraar knikt instemmend en vertelt het verhaal van Josephine Nivison, de echtgenote van Hopper. Nivison was zelf beeldend kunstenaar in een tijd dat dat van vrouwen nauwelijks geaccepteerd werd. Veel van haar werk is vernietigd. ‘Ze had dus wel haar redenen om gemengde gevoelens te hebben,’ zegt de leraar, terwijl zijn pupillen het doek met andere ogen bekijken.
Duitse scholieren in een Nederlands museum: het is te danken aan de gezamenlijke inspanning van het Drents Museum en de Kunsthal Emden. In een gedeelde tentoonstelling presenteren de instituten het Amerikaans realisme tussen 1945 en nu: The American Dream. Assen toont vooral de kunstenaars van na de oorlog, Emden concentreert zich op recent werk. De expositie is een geslaagd voorbeeld van internationale samenwerking in de kunstwereld. Beide musea konden hun expertise bundelen bij de samenstelling, en er is ook een significante uitwisseling van bezoekers op gang gekomen.

Een lange adem is een vereiste bij zulke samenwerkingen, vertelt museumdirecteur Harry Tupan (59). ‘Je moet elkaar leren kennen en vertrouwen, want je gaat wel samen het diepe in en we hebben het over enorme budgetten.’ Vier jaar voor de opening begonnen de inhoudelijke en financiële teams van Assen en Emden daarom al met overleggen. Cultuurverschillen moet je daarbij incalculeren, aldus Tupan. ‘Dat begint al met de omgangsvormen: wij zijn veel makkelijker met tutoyeren, bij Duitsers is het sneller Herr Doktor. In zo’n proces zie je vervolgens dat die hiërarchische patronen keurig versmelten. Je krijgt volwaardige teams die goed samenwerken en een gezamenlijke trots uitstralen.’

Uiterste flexibiliteit
De luxe van een jarenlange voorbereiding kent Het Balletorkest niet. Het symfonieorkest wil graag internationale dansgezelschappen bedienen, maar heeft ook haar verplichtingen als vaste begeleider van het Nederlands Dans Theater (NDT) en Het Nationale Ballet. Wanneer zich een buitenlands gezelschap met een optreden meldt, zoals dit jaar het Moscow Classical Ballet (MCB), is het dan ook een kwestie van goed plannen en snel schakelen. Directeur Piet van Gennip (42): ‘Zo’n kans is tegelijk een puzzel, het moet wel passen in de planning. Je hebt namelijk rekening te houden met de agenda’s van zestig tot zeventig verschillende musici. Het MCB kwam heel goed uit, en bood daardoor een unieke kans. Tegelijk moesten we onze uiterste flexibiliteit tonen om dit mogelijk te maken, dus chapeau voor de musici.’
Het Balletorkest begeleidde het Moscow Classical Ballet bij de uitvoering van drie klassieke balletten in Carré, waaronder het 19-eeuwse Giselle. Inhoudelijk gesneden koek voor het orkest, de uitdaging zat hem in de afstemming. ‘Wat krijg je als organisatie zoal op je bord? Wij hebben onze eigen bladmuziek van Giselle en Coppélia, maar die is net iets anders ingekleurd. Dat moet je onderling afstemmen en als dan de aantekeningen die je opgestuurd krijgt in het Russisch zijn, is dat lastig lezen. Gelukkig kan onze bibliothecaresse Russisch lezen. Om alles minutieus op elkaar aan te laten sluiten is een hele exercitie.’

In de NRC Cultuur Top 100 staat het Metropole Orkest op plaats 28. Het dankt die hoge notering mede aan haar uitstekende internationale reputatie. Veel buitenlandse artiesten werken graag met het Metropole en op de BBC Proms (een jaarlijkse reeks klassieke concerten voor een groot publiek) in de Londense Royal Albert Hall is het orkest inmiddels een vertrouwde gast. Directeur Jan Geert Vierkant (53) snapt die internationale erkenning heel goed. ‘Innovatie en vernieuwing staat bij ons hoog in het vaandel. Wij doen steeds wat anders, maken nieuwe arrangementen en tonen lef. Die instelling helpt ons aan interessante projecten.’
Het orkest profileert zich nadrukkelijk als ‘the world’s leading jazz & pop orchestra’, een label dat de deuren heeft opengezet voor een breed scala aan opdrachten. Het Metropole speelt binnenkort samen met de Amerikaanse soulzanger Gregory Porter en won in 2016 een Grammy voor de samenwerking met het New Yorkse jazzcollectief Snarky Puppy. Vierkant: ‘Dat predikaat ‘pop & jazz orkest’ is een bewuste keuze geweest om ons internationaal te profileren, maar is ook bedoeld om intern onze ambitie levendig te houden. Ik vind het geen loze term. Wij zijn het enige orkest ter wereld in deze samenstelling. En ook al bestaat het Metropole uit meer dan 50 musici, het kan net zo flexibel en swingend spelen als een rockband of een jazz-formatie.’

Gelijkwaardige partners
Uiteindelijk willen alle instituten met hun buitenlandse avonturen bereiken dat ze meer bezoekers trekken. In Assen is dat gelukt: na tien weken had The American Dream al ruim vijftigduizend bezoekers getrokken. Harry Tupan: ‘Emden en Assen wilden met deze tentoonstelling meer bezoek over en weer op gang brengen. Ik weet dat er grote groepen Nederlanders naar Duitsland gaan, maar wij krijgen nu ook veel Duitse bezoekers, en dat is bijzonder. Onbekend maakt onbemind en de Duitser heeft de neiging om voor kunst en cultuur oostwaarts te gaan, richting Hamburg en Berlijn. Nu dus even niet.’

Het Balletorkest denkt dat gastgezelschappen als het Moscow Classical Ballet de drempel voor ballet in Nederland kunnen helpen verlagen. Piet van Gennip: ‘Wij hopen dat de mensen die hierop afkomen denken: hier wil ik meer van zien, laten we ook eens naar een voorstelling van Het Nationale Ballet gaan. Op deze manier kun je mensen enthousiasmeren voor andere voorstellingen.’ Risico’s zijn daarbij nooit voor honderd procent uit te sluiten. ‘Zolang je nog geen noot hebt gespeeld en nog geen pasje hebt gedanst weet je niet hoe zo’n samenwerking gaat bevallen. Maar je werkt er heel sterk naar toe en probeert alles zo goed mogelijk in orde te hebben zodat je niet voor verrassingen komt te staan.’