Hoe Amsterdam het Songfestival redde

Artikel voor Ons Amsterdam, mei 2021

Rotterdam is in mei gastheer van het Eurovisie Songfestival. Ook Amsterdam had de happening een keer in huis. Een spannende aangelegenheid, want in 1970 ging het slecht met het zangfestijn. Kon de uitzending vanuit de RAI de tanende interesse doen opleven?

Het Eurovisie Songfestival van 1969 in Spanje was geen gelukkige editie. Toen tijdens de finale in Madrid de punten waren verdeeld, bleken er maar liefst vier winnaars te zijn: Engeland, Frankrijk, Spanje en Nederland, dat Lenny Kuhr had uitgezonden. Het leidde tot veel onvrede. De Scandinavische landen verklaarden het evenement voor gezien te houden als er geen nieuw systeem van puntentelling zou komen. Oostenrijk was al afgehaakt: het land had willen niet optreden ter meerdere glorie van dictator Franco.
Niet vreemd dat aan het eind van dat jaar het gerucht de ronde deed dat de editie van 1970 de laatste zou zijn. Maar wie van de vier winnaars mocht die gaan organiseren? Spanje en Engeland hadden gelijk al voor de eer bedankt, waarna loting de doorslag moest geven. Tijdens een vergadering van de European Broadcasting Union werd de kersverse Nederlandse Omroep Stichting aangewezen als winnaar. Of verliezer, zoals een BBC-official met enig leedvermaak vaststelde. Het aantal deelnemers was ondertussen naar een magere twaalf landen gezakt.

De NOS liet zich niet gek maken. In een persbericht verklaarde de omroep: ‘Het is bekend dat het Eurovisiesongfestival wat betreft populariteit in dalende lijn is. En inderdaad doen er steeds minder landen mee. Dat neemt niet weg dat ons tot nu toe nog niets bekend is over het verdwijnen van dit festival. We willen echt niet aan een begrafenisplechtigheid meewerken.’ Gevraagd naar de concrete plannen stelde een NOS-woordvoerder vast dat er in elk geval niet met geld gesmeten zou gaan worden zoals dat in Madrid wel was gebeurd. ‘Dat kunnen we gewoon niet opbrengen. Als we echter een gok mogen doen, dan dachten we aan [een investering van] twee ton.’

Zeedijk
Als locatie koos de NOS voor het auditorium van de RAI aan het Europaplein. In het moderne RAI-complex waren alle faciliteiten voor een ingewikkelde live-uitzending voorhanden, en de internationale gasten konden zich vermaken in de hoofdstad. De bekendste naam was die van Mary Hopkin, wiens Those Were the Days overal in Europa een hit was geweest. Spanje kwam met een onbekende zanger die net een loopbaan in de voetballerij in rook had zien opgaan: Julio Iglesias. De Nederlandse voorronde had een damesgroep als deelnemer opgeleverd: The Hearts of Soul uit Harderwijk. De zusjes Bianca, Patricia en Stella Maessen hadden bekende namen als Ben Cramer en Bonnie St. Claire verslagen.
Het succes was snel gekomen voor The Hearts of Soul, herinnert Bianca Maessen zich vijftig jaar later. In een club op de Zeedijk had VARA-coryfee Kees van Kooten de groep in 1969 zien optreden. ‘Hij zat daar materiaal te schrijven en we raakten in gesprek. Hij heeft ons toen bij de VARA aangeprezen.’ Bij het muziekprogramma … Puntje, puntje, puntje… van Sonja Barend mochten de Maessen-zussen hun televisiedebuut maken. Daarna ging het snel: een platencontract bij het label van Pim Jacobs en veel koorwerk voor andere artiesten.

Hoofd amusement NOS Warry van Kampen schoof voor de Eurovisie-uitzending zijn beste mensen naar voren. Dat de muzikale leiding in handen kwam van Dolf van der Linden verbaasde niemand. De dirigent van het Metropole Orkest had bijna alle Nederlandse Songfestival-deelnemers begeleid. ‘Ik vind het heerlijk dat ik weer mee kan doen,’ vertelde hij het Vrije Volk. ‘Temeer omdat het in Amsterdam is en er met Nederlandse musici wordt gewerkt.’ Pieter Goemans (‘Aan de Amsterdamse grachten’) schreef de Nederlandse bijdrage Waterman.
De regie kwam in handen van Theo Ordeman, die in 1963 geschiedenis had geschreven met de marathonuitzending Open het Dorp. Ordeman besefte dat Nederland met iets nieuws moest komen om het Songfestival diens bestaansrecht te laten behouden. Tegen het AD zei hij hierover: ‘Het is een énorm karwei, maar het is geweldig om zo internationaal te kunnen werken. Het festival moet er goed uitzien. Ik mag geen fouten maken, want ik moet het NOS-label verkopen.’

Ordeman had wat verzonnen: door middel van korte introductiefilmpjes wilde hij alle twaalf kandidaten speels introduceren. Tijdens die veertig seconden kon dan tevens het podium voor de volgende artiest in orde worden gemaakt. ‘Mijn eigen idee, en ik ben er érg blij mee. In de oude opzet was het Songfestival eigenlijk meer een radiofestival, dat je ook kon zien. Nu is er door die filmpjes een wezenlijk televisie-element aan toegevoegd.’ Ordeman was zelf kris-kras door Europa gereisd om alle deelnemers te filmen. ‘Een heidens karwei, maar we zijn er toch goed uitgekomen.’ Voor de NOS-camera hield Iglesias een balletje hoog op de middenstip van Real Madrid en gaf de Italiaanse Gianni Morandi het ‘duim omlaag’-gebaar in het Colosseum te Rome.
De Nederlandse deelnemers werden al haring etend op de Dam vastgelegd. Stella Maessen: ‘Dat filmpje was heel leuk om te doen. Wel kwamen er veel mensen op af, en dan voelden we ons toch een beetje opgelaten. We kwamen maar uit een heel gewoon Harderwijks gezin. Maar het was zo leuk dat wij Nederland mochten vertegenwoordigen, dan ben je echt wel trots.’

Blikvanger
Ook het podium van de RAI moest een blikvanger worden. Ontwerper Roland de Groot verzon een opstelling bestaande uit levensgrote hangende ballen en schillen, die via belichting van kleur konden veranderen. Hij ging zijn voorstel persoonlijk bij regisseur Theo Ordeman in Bilthoven presenteren. ‘Ik had een stel houten kleerhangers en wat aardappelen aan een touwtje meegenomen. Die hield ik hem voor en zei: Theo, dit wordt het.’ Ordeman stemde toe.
De decorbouw vond plaats bij een klein timmerbedrijfje aan de Alexanderkade. De Groot: ‘De ballen waren van plexiglas, de schillen waren van geschilderd triplex. De onderste schil was tevens een loopbaan, die liep in een golfje omlaag en weer omhoog. Daarachter hingen vijf schillen, de middelste was de grootste. Die was wel een meter of twaalf.’ In delen werden de decorstukken naar de RAI getransporteerd, waar de timmerlui ze in elkaar zetten.

Aan de vooravond van de repetities dreigde het toch even mis te gaan. De Groot keek toe hoe de grootste schil omhoog getakeld werd. ‘Op het signaal ‘halen maar’ ging die omhoog en brak in tweeën. Ik dacht: wat nu? Toen voelde ik een sterke hand in mijn nek. Daar stond een boom van een vent die zei: Jochie, dat regelen wij wel voor je. Die man was Jan Luhlf, een heel bekende Amsterdammer met een schilderdecoratiebedrijf in de Jordaan. Zijn firma heeft toen in één nacht die hele schil gerepareerd. Op mijn voorspraak mocht de firma Luhlf later in studio Aalsmeer alle decors bouwen voor de 1-2-3 Shows met Rudi Carell en Ted de Braak.’

Het was het enige échte crisismoment van een verder vlekkeloos verlopende voorbereiding. De internationale artiesten arriveerden in Amsterdam, waar ze in het bij de RAI-gelegen Esso Motor Hotel (het latere Holiday Inn) werden ondergebracht. Ierse deelneemster Dana (16) arriveerde met een veertienkoppige delegatie, waaronder haar oma. Er was even paniek toen haar koffer met kleding op Heathrow bleek kwijtgeraakt, met dank aan een staking. Diezelfde staking leek ook Britse vedette Mary Hopkin in Engeland te houden, maar ze arriveerde vlak voor de repetities, net als Dana’s koffer. Warry van Kampen: ‘Al met al zit er aan zo’n organisatie toch meer vast dan ik dacht.’
Ontwerper Roland de Groot had een goede klik met de strenge toneelmeester van de RAI en deed daar zijn voordeel mee. ‘Ik zat in de coulissen met hem naar de repetities te kijken. Zegt ie: we kunnen als je wilt het decor ook wel een beetje laten bewegen. Bleek dat we de voorkant van de grote schil omhoog en de achterkant omlaag konden brengen, waardoor aparte decorstanden ontstonden. Daar heb ik later nog veel gebruik van gemaakt, maar 1970 was echt de eerste keer.’ De Groot mocht ook per artiest de decorbelichting bepalen, afgestemd op hun kleding.

De avond zelf verliep zonder incidenten en was, zeker naar huidige maatstaven, verfrissend kort. Presentatrice Willy Dobbe had amper de 400 miljoen kijkers in drie talen welkom geheten of de eerste artiest ging van start: Patricia & The Hearts of Soul. De regels schreven namelijk voor dat geen groepen maar alleen soloartiesten mochten meedoen. Bianca: ‘We wilden zelf dat Stella de solostem zou doen omdat zij de hoogste stem had. Dat klonk heel subtiel. Maar de organisatie vond haar met 15 jaar te jong. Dus hebben we het omgedraaid, geen probleem. In het koortje pakte Stella de hoge stem en ik de lage.’

Waterman kreeg een vlekkeloze uitvoering. Maar vanaf het moment dat Mary Hopkin de oorwurm Knock Knock Who’s There? liet horen was wel duidelijk wie dat jaar de te kloppen artiest was. De verrassing zat in de staart. Dana uit Ierland zong, zittend op een barkruk, het zoete All Kinds of Everything, en Amsterdam had een winnaar. De zusjes Maessen waren ontroostbaar. Stella: ‘Als jong meisje ben je dan zó verdrietig dat je niet gewonnen hebt. Ach, je komt maar net kijken, alles was zo overweldigend.’ Het verdriet duurde niet lang. Even later waren de drie Julio Iglesias alweer aan het troosten omdat hij ‘slechts’ vierde was geworden was.

Vechtpartij
De Britse delegatie was zo overtuigd geweest van de winst van Mary Hopkin dat vooraf de ballroom van het Esso Hotel was geboekt voor een feest. Dat werd uiteindelijk een bescheiden feestje in de suite van de Ieren. Net toen daar de champagne rondging werd er geklopt: een aantal Ierse contractwerkers kwam Dana feliciteren. Het Hoofd van de Ierse delegatie wilde daar niets van weten, en stuurden de mannen weg. Die dronken zich nog wat meer moed in en kwamen een uur later terug om in een vechtpartij niet alleen de suite maar ook de foyer van het Esso te verbouwen.

Voor The Hearts of Soul Voor The Hearts of Soul werd Amsterdam 1970 de start van een internationale carrière.. Bianca, Stella en Patricia werden overal in Europa voor optredens gevraagd. Als Dream Express deden ze in 1977 nogmaals mee aan het Eurovisiesongfestival, voor België. Ze werden weer zevende, ditmaal in een veld van achttien artiesten.
De internationale pers was lovend over de show die Warry van Kampen en Theo Ordeman hadden neergezet. De filmpjes, nu bekend als ‘postcards’, werden later een vast onderdeel van de Eurovisie-uitzendingen. De decors zouden alleen maar uitbundiger worden. In Amsterdam was het Eurovisiesongfestival van de ondergang gered.