Het brandend hart van Ad Vandenberg

Met Vandenberg scoorde hij een wereldhit en Whitesnake bracht hem op de grootste podia. Gitarist Ad Vandenberg weet hoe sexy een leven als succesvol hardrocker eruit kan zien. Even gemakkelijk kon hij die wereld ook weer achter zich laten. Na zich jaren aan de schilderkunst en het ouderschap te hebben gewijd is Vandenberg terug in de muziek. Met zijn nieuwe band Moonkings, die internationaal veel waardering oogst. ‘Dat semi-opgebrande wat je bij veel mensen van mijn generatie ziet, dat wou ik te allen tijde zien te vermijden.’

Over het hoofd zien doe je hem niet snel. Ad Vandenberg is 1 meter 98, ‘even lang als Jimmy Page en Brian May.’ En dat weet Ad omdat hij beide heren vaak genoeg van nabij heeft meegemaakt. Bekende namen uit de rockgeschiedenis vallen vaak wanneer je met Vandenberg praat. Hij stelde gitarist Angus Young (AC/DC) aan diens latere vrouw voor, kan uren met Billy Gibbons (ZZ Top) over geschiedenis praten. De mannen van Kiss bleken eikels, maar Ozzy Osbourne is een schatje. En de vriendschap met David Coverdale gaat diep.
Het is nooit opschepperij, Ad Vandenberg heeft als gitarist bereikt wat slechts weinigen in de Nederlandse rock kunnen zeggen. Het podium delen met enkele van de allergrootsten. Wereldwijd miljoenen albums omzetten. Een song in de Amerikaanse top twintig krijgen. Blasé heeft het hem niet gemaakt, Komende maand stuurt Ad met evenveel plezier zijn nieuwe band Moonkings langs de rockclubs van Nederland.

We spreken Vandenberg in het restaurant van het American Hotel, waar hij nogal uit de toon valt tussen de toeristen op leeftijd. Naast die aanzienlijke lengte is daar dat lange blonde haar, zijn handelsmerk sinds begin jaren tachtig. Ad zit nog niet of hij begint een lang verslag van zijn bezoek aan de Apeldoornse rechtbank, een dag eerder. Moonkings was onderweg aangehouden wegens het gebruik van een zwaailicht, iets wat Vandenberg met klem ontkent. Dan kan je de boete betalen, maar je kan ook je zaak laten voorkomen en je zegje doen. ‘Principekwestie, snap je?’ Eerst maar eens kroketten bestelt. Als de ober eerst bestek bij hem komt neerleggen zegt hij met licht Twentse tongval: ‘Het ziet er nou al goed uit, dank u wel.’
Gespreksonderwerp is het nieuwe Moonkings-album, MK II. Een sterke plaat, melodieuze rockers als Angel in Black, New Day en het duivels catchy Love Runs Out knallen alsof het 1985 is. Ad is het er volledig mee eens als ik zeg dat de uitblinker zanger Jan Hoving is, in het dagelijks leven landbouwer in Zeewolde. Uit de keel van de graanboer komen uithalen die we sinds het overlijden van Ronnie James Dio niet meer gehoord hebben. Hoving zong jarenlang in lokale bands, wat hem eens in het voorprogramma van Whitesnake deed belanden. Ad las een recensie en besloot de zanger uit te checken. Die had toen net besloten om zijn muziekcarrière op te geven.
Met Hoving nam Vandenberg een song op ter gelegenheid van het jubileum van FC Twente, al snel gevolgd door het eerste Moonkings-album (2014). ‘Voor Jan is het echt te gek, die heeft z’n hele leven in allerlei bandjes gezongen wat tot niks leidde. En zo bescheiden als hij is weet hij ook wel dat hij wat kan. Buitenlandse journalisten vinden het een geweldig verhaal dat hij boer is. En het klopt ook, Jan heeft zijn eigen bedrijf, 100 hectare in de Noordoostpolder. Hij staat ’s ochtends om zeven uur op om het land op te gaan. Die passie neemt hij ook mee naar het muziek maken.’

Adje Fantaberg
Over sterke zangers heeft Ad nooit te klagen gehad. Bert Heering was in Vandenberg een goede match met hem, al kost het de gitarist nu moeite iets aardigs over hem te zeggen. Nadat Heering hem samen met bassist Dick Kemper voor de rechter had gedaagd is de relatie tussen de twee verstoord. Heering en Kemper probeerden de bandnaam Vandenberg te claimen en Ad te verbieden zijn eigen naam te gebruiken. ‘Bert was technisch een goede zanger, ook al begreep hij de teksten niet waarover hij zong. Hij had de lagere school nog niet eens afgemaakt. En Bert had een drankprobleem en gedroeg zich steeds vaker respectloos richting publiek.’
Liever praat Ad over Jos Veldhuizen, de zanger in zijn eerste band Teaser. ‘Jos klonk niet alleen als Paul Rodgers [Free, Bad Company, MvdT], hij zag er ook nog eens zo uit.’ Vertelt hoe een Duitse promoter Teaser begin jaren tachtig boekte voor een optreden op een grote Amerikaanse luchtmachtbasis. ‘We moesten onze toerbus pal achter het podium zetten en opkomen met de gordijnen dicht. En of we wilden openen met het Bad Company-nummer Can’t Get Enough. Ja hoor, prima. Wist ik veel dat hij ons op het affiche had gezet als Bad Company. Tja, die soldaten kwamen er snel achter dat wij dat niet waren. Zegt die promoter na afloop: wil je voor 200 gulden extra nog eens terugkomen? Ja hoor!’

Het was toenmalige Teaser-manager Kees Baars die Ad aan een contract met een groot internationaal label hielp, Atlantic. het eerste Vandenberg-album, met de wereldhit Burning Heart, werd opgenomen In de studio van Led Zeppelins Jimmy Page. ‘Een heel aardige vent. Hij kwam geregeld kijken, dan landde er een helikopter achter de studio.’ Toeren deed Vandenberg in het voorprogramma van onder meer Kiss. ‘Dat waren flinke shows, een man of 25 000, en bij ons eerste optreden zetten we de boel flink op z’n kop. Kregen we bij de tweede show te horen dat we nog maar de helft van de PA mochten gebruiken. Bij het vierde optreden kregen we nog maar een piepklein gedeelte van het licht en een show daarna hielden we nog maar een klein stukje podium over. Nou, dan ga je er als ambitieus jong bandje tien keer zo hard tegenaan.’
Kiss is dan al een band op retour, en had net de demonenlook afgezworen. ‘Maar die gasten gebruikten nog steeds meer make up dan al mijn vriendinnen bij elkaar. Op een gegeven moment zat Gene Simmons backstage met twee mooie meiden op z’n schoot, kwam een klein joodse vrouwtje langs, z’n moeder. ‘Chaim, Chaim,’ want hij heet Chaim Witz, ‘You can take off your hairpiece now, the combo has finished playing.’ Zag je die meiden kijken…’

Liever opende Vandenberg voor Britse artiesten. ‘Ozzy Osbourne was super collegiaal. Zo’n stel boerenkinkels uit Nederland, die gunde hij alle succes. Ozzy weet best dat hij geen Sinatra is en is altijd tevreden geweest met wat allemaal op zijn pad is gekomen. Hij is totaal niet gedisciplineerd, een schooljongen in een mannenlijf, dat maakt hem ook zo leuk. Bij het eerste Vandenberg-optreden kwamen we het hotel binnen en de tourmanager zei dat Ozzy me wilde ontmoeten. Hij zat in het restaurant met de lichten uit. Kom ik dichterbij, ligt hij met zijn gezicht vol in een bakje yoghurt te slapen. Vroeg hij me vervolgens met een gezicht vol yoghurt of ik gitarist in zijn band wilde worden.’
Zelf heeft Ad zich altijd verre gehouden van stimulerende middelen. ‘Je moet sowieso je eigen leven leuk vinden en dat heb ik altijd gevonden. Ik ben laat gaan drinken en ben niet dol op bier. Dat hielp al. En ik heb geen enkele neiging tot drugs. Ik rook niet, dus ik ben nooit in de valkuilen gevallen waar je als succesvol 21-jarig jongetje in kan vallen. Tjerk Lammers was in die tijd labelmanager bij WEA en die noemde me Adje Fantaberg, want ik dronk alleen maar frisdrank. Bij Teaser speelde we vaak met Herman Brood op festivals en Herman probeerde me dan over te halen om ook aan allerlei spullen te gaan. ‘Doet net zo flauw man, da’s rock ’n’ roll’. Maar ik weet dan niet wat me gebeurt er daar houd ik niet van.’

Circus Coverdale
We verkassen naar de bar van het American, een bekende rock ’n’ roll hangout, getuige de tientallen foto’s van zowel legendarische als inmiddels vergeten muzikanten. Ad wijst kent er nog velen uit zijn Amerikaanse jaren. Hij logeerde vaak in LA omdat hij de vaste schrijfpartner van zanger David Coverdale was geworden. Die was er midden jaren tachtig in geslaagd om zijn Britse bluesrock-outfit Whitesnake om te katten tot dé hair metal band van Amerika. Met hits als Here I Go Again en Is This Love was Whitesnake plotseling even populair als Def Leppard of Journey. Een wonderbaarlijke transformatie, waar Ad een belangrijke rol bij heeft gespeeld. ‘Davids A&R manager John Kalodner belde me met twee aanbiedingen: een nieuwe Vandenberg om mij heen bouwen met betere muzikanten, of bij Whitesnake komen. Ik trok toen een paar dagen op met David, en besefte: ik ben gek als ik het niet doe. Voor de jongens in Vandenberg was het hoe dan ook einde oefening geweest.’

Het eerste wat Ad voor Coverdale deed was een nieuw gitaararrangement schrijven en een solo inspelen voor Here I Go Again. Daarna kon hij mee op de wereldtournee van het album 1987, goed voor veertien miljoen verkochte exemplaren. Hoe verhoudde Whitesnake zich ten opzichte van Vandenberg? ‘Voor mij was het een schaalvergroting van factor duizend. Ga maar na: als Vandenberg toerden we voor pakweg 2000 bezoekers, en mijn eerste Whitesnake-optreden was voor 110.000 man. We hadden alleen al voor de crew twee complete toerbussen, dat was een man of achttien. Dan een stuk of vijf van de langste opleggers vol apparatuur. Het was Circus Coverdale. Dan denk je wel: dat ik dat als Nederlands ventje mag meemaken. En hair metal of niet: wij veegden met iedereen het podium aan.’
In totaal zou voor Ad het Whitesnake-avontuur dertien jaar duren. Hij schreef samen met Coverdale de albums Slip of the Tongue en Restless Heart, en toerde akoestisch met de zanger voor een ‘unplugged’ cd. ‘Bij Whitesnake was het een pandemonium, waar je ook kwam. Je kon niet gewoon in restaurants zitten, dan moest er eerst een lint omheen gezet worden. Vrouwen die op je tafel kropen, hun broek uittrokken en vroegen of ze van iedereen een handtekening op hun kont konden krijgen. Zeiden ze: ‘I don’t think my husband is gonna like this’, dan wezen ze naar een potige gast die even verderop met een chagrijnige kop stond toe te kijken.’

Niet dat de band werd overspoeld met groupies, daar zorgde mevrouw Coverdale wel voor. Model Tawny Kitaen werd wereldberoemd door de sexy videoclips die ze met de band opnam. David trouwde met haar, waarna ze als een Yoko Ono niet meer van zijn zijde week. ‘Die vrouw had zich echt heel LA doorgeneukt, en toen ze eenmaal David aan de haak had geslagen bewaakte ze hem als een pitbull. Ze was er altijd bij, wat nogal de sfeer bepaalde. Ze was veel te bang dat er andere mooie meiden backstage zouden komen. Dan wonnen er mensen via de radio een ‘meet & greet’ met Whitesnake, en verwachten er Sodom en Gomorra-toestanden. Maar als ze langskwamen zaten daar een stelletje monniken in de kleedkamer, en geen mooie meid te bekennen!’
Saai werd het gelukkig nooit voor Ad, getuige een avondje stappen met Jimmy Page in Tokio. ‘Dat was een surrealistische ervaring. We kwamen in een tent terecht waar een groot aquarium aan het plafond hing. Dan werd er een soort ritueel uitgevoerd en degene die dat won mocht dat aquarium in. Kwam er geisha bij en gingen ze het daarin liggen doen. Dat aquarium ging over een rail over het publiek heen en daar keek je dan zo van onder tegenaan. Er zijn kennelijk een heleboel Japanners die daar een kick van krijgen, maar ik geneerde me kapot.’

Botsende ego’s
Eind jaren negentig is David Coverdale na 25 jaar aan de top opgebrand, en ook zijn kompaan Adrian Vandenberg neemt gas terug. Ad wil er zijn voor zijn dochter, en verder met zijn eerste liefde: de schilderkunst. ‘Ik wilde niet een vader zijn die twee keer per jaar zijn kop om de hoek steekt en zegt: ik ben je pa, ik moet er weer vandoor. Bij mijn eerste exposities had ik bij de kunstliefhebbers het idee dat ze dachten: daar heb je weer een bekende Nederlander die zo nodig moet schilderen. Niet wetende dat het eigenlijk mijn beroep was voordat de muziek uit de klauw liep. Dat duurde een tijdje, toen ging het vanzelf over.’
Door zijn muzikale terugkeer staat het schilderen nu op het tweede plan: twee activiteiten op hoog niveau is er een teveel. Moonkings heeft zijn volledige aandacht. ‘Toen ik met de band begon wilde ik iets doen wat mensen niet van me verwachten. Dus niet een band vormen met bekende gasten uit LA. Dan weet je van tevoren dat het na twee albums uit elkaar valt vanwege de botsende ego’s. Ik wilde in een band de frisheid terugzien waarvan ik weet dat ik die nog heb. Dat stimuleert mij, maar ook de jongens, want die maken nu mee dat ze voor 60.000 man in Japan staan te spelen. Dat semi-opgebrande wat je bij veel mensen van mijn generatie ziet, dat wou ik ten allen tijde zien te vermijden.’

Van headliner op ‘s werelds grootste hardrockfestival (Castle Donnington’s Monsters of Rock) terug naar 013 in Tilburg. Ad Vandenberg doet het met even veel plezier. ‘Ik sta met even veel enthousiasme met deze band op te treden, of er nou 100 man staan of 10.000. Deze business is zo raar geworden, je moet gewoon een plaat voor jezelf maken en alles uit de kast trekken om te laten zien waar je voor staat. Als het niks doet heb je in iedere geval een plaat gemaakt waar je trots op bent. Als je concessies doet en het doet niks, heb je ook niks.’