Gebouwd voor de film

De huizen van Alex van Warmerdam



‘Het liefst zou ik alles in mijn films zelf bouwen. Elk huis, elke straat. Net zoals Fellini, die bouwde Rome gewoon na in de studio. En dat betaalt zich uit.’
Alex van Warmerdam

Wie aan de films van Alex van Warmerdam denkt, ziet gebouwen. Een nieuwbouwstraatje op een zandvlakte, een eenzame boerderij in de polder, een zwarte villa in het groen. Ze zijn meer dan alleen decor: ze zijn een essentieel onderdeel van de verhaalontwikkeling. Vaak afgelegen, soms gesloten, dan weer uitnodigend open, zijn ze karakters van steen, hout en glas. Van Warmerdam: ‘Mijn personages zijn een soort marionetten, die tot leven komen op de set, door de situatie en door wat ze doen.’ Voeg daar maar aan toe: en door de plek.

Sinds De Laatste Dagen van Emma Blank (2009) kiest Van Warmerdam er consequent voor zijn filmhuizen zelf te ontwerpen. De realisering dat je beter een set kunt bouwen dan hem stukje bij beetje bijeen te sprokkelen door heel Nederland, kwam echter eerder. Al voor Van Warmerdams tweede film De Noorderlingen liet toenmalig producent First Floor Features op een stukje braakliggend Almere de straat en het bos neerzetten waar het gros van de handelingen zich afspelen. Veel prettiger werken.
Voor Kleine Teun (1998) vlogen Alex en producent Marc van Warmerdam in een vliegtuigje over Nederland op zoek naar een boerderij waar geen bomen omheen stonden. Die bleek nergens te vinden. Marc: ‘Toen hebben we het toch weer zelf laten bouwen, met wegen en sloten en al. Dat zijn geen makkelijke beslissingen. Want het kost geld. Maar het werkt in veel opzichten ook besparend. De set kun je helemaal naar je hand zetten: snel en scherp uitlichten, van set wisselen. De effectieve draaitijd die dat oplevert is groot.’

Voor Alex is zelfbouw een artistieke noodzaak. ‘‘Als ik schrijf weet ik precies hoe de gangen lopen en waar de keuken en woonkamer zijn. Die plattegrond zet zich tijdens het schrijven vast in mijn hoofd. Ik kan daarna wel op zoek gaan naar een geschikt huis om in te draaien, en zal dat misschien nog vinden ook, maar dan nog is de plattegrond van dat huis heel anders dan wat ik me had voorgesteld. En dan moet ik veel werk verrichten om aan die nieuwe situatie te wennen. Dan kan ik het beter bouwen.’
Toen Alex zijn broer vertelde over het idee voor De Laatste Dagen van Emma Blank (waarin een rijke dame in de familievilla een schrikbewind voert) voelde Marc de bui al hangen. ‘Laten we eerst de locatie gaan zoeken: als jij eenmaal het script hebt voltooid zul je daarna het huis nooit meer kunnen vinden.’ En het klopte: Alex voltooide het script voordat een zoektocht iets had opgeleverd. Er zat niets anders op dan net als bij Kleine Teun de villa van Emma maar zelf te bouwen.

fotohoekjes
Voor de internationale coproductie was Van Warmerdam gekoppeld aan een Vlaamse art director: Geert Paredis (Ex-Drummer). Het bleek al snel een gelukkige verbintenis. Van Warmerdam had zelf een maquette van de villa in elkaar geknutseld. ‘Ik zei tegen Geert: dit is het huis dat je moet bouwen. Daar had hij gelukkig geen bezwaar tegen.’ Paredis ging met de plannen aan de slag, en na de nodige correcties verrees in het voorjaar van 2008 aan een bosrand nabij bloembollendorp Vogelenzang huize Blank.
Wie de film ziet snapt de keuze van zelfbouw: van dit huis bestaat geen tweede in Nederland. Houten woningen zijn hier sowieso schaars, en als ze er al staan komen ze doorgaans in twee smaken: oud-Hollandse boerderijtjes en hypermoderne villa’s. Huize Blank is een soort kruising van die twee. De zwartgeteerde buitenmuren met hun witte raamlijsten voelen traditioneel aan, maar de indeling van de woning is modern: asymmetrisch, met een hoog en licht trappenhuis dat apart van de woonvertrekken is geplaatst. De witte ‘fotohoekjes’ rond de ramen zijn een detail dat Van Warmerdams speelsheid en gevoel voor esthetiek verraden.

Voor cast en crew was het werken op zo’n plek een bijzondere ervaring. Marc: ‘Wat je daar heel erg voelde was dat er een eigen omgeving was gemaakt. Geen verkeer, geen voorbijgangers: het isolement waarbij een cineast omgestoord zijn werk kan doen.’ Niet toevallig dat enkele van de invloedrijkste filmmakers uit de geschiedenis naar verloop van tijd alleen nog maar op tot in de puntjes uitgedachte sets wilde werken: Fellini, Hitchcock, Kubrick. Complete controle, cinema als een autonoom kunstwerk.
Voor Alex was de villa van Emma Blank een verlengstuk van zijn keuze om in Cinemascope te draaien, het breedbeeldkader gepopulariseerd door regisseurs als Sergio Leone en David Lean. ‘Het huis is in Cinemascope gebouwd, je hebt altijd een opening naar een andere kamer.’ Met dat in het achterhoofd valt het uitgekiende ontwerp des te meer op. De vele ramen en het trappenhuis fungeren als een natuurlijke lichtbron die zelfs gebeurtenissen in de achtergrond tot in detail uitlichten. Iets bredere posten en schuifdeuren leiden tot optimale doorkijkjes, als moderne varianten op de schilderijen van Pieter de Hooch.
Ook bijzonder: je weet als kijker altijd precies waar je je bevindt. ‘Bij mij klopt het altijd. Huizen — je weet precies waar je bent. Dat is al bij Kleine Teun zo dat je precies weet hoe het zit. Maar vooral bij Emma Blank, want daarin spelen de ingewanden van het huis ook echt een rol. Daar hou ik van.’

illusie
Het welslagen van operatie Emma Blank (prijs voor de beste Europese Film op de Biënnale van Venetië) betekende dat voor diens opvolger Borgman (2013) eenzelfde traject werd gekozen. Bouwen dus in plaats van huren. Alex: ‘Ik moet net als iedereen een compleet, goed onderbouwd plan inleveren bij het Filmfonds. Bij Borgman kreeg ik toen vragen als: ‘Waarom wilt u zelf een villa bouwen? Er zijn zat villa’s in Nederland.’ ‘Het is een decor’, zei ik dan, ‘zo oud als Hollywood. Film is een wereld scheppen!’ Of ik dat decorhuis dan niet kon verkopen na de opnamen. Toen werd ik wel boos: amateurgeleuter. In een decorhuis zit geen riolering of stromend water. Het is decor, fake, illusie!’
De wereld van Borgman is een andere dan die van De Laatste Dagen van Emma Blank. De bewoners van de villawijk willen hun welvaart liever niet delen met de buitenwereld. De voorkant van de gezinswoning bestaat bijna geheel uit hermetisch beton, alleen aan de achterkant kijken de kamers uit op een tuin. Niet dat die buitenwereld zich laat tegenhouden. Dakloze Camiel Borgman (Jan Bijvoet) weet het vertrouwen te winnen van de vrouw des huizes (Hadewych Minis). Al gauw heeft hij het in de woning voor het zeggen.

Opnieuw was Geert Paredis de uitvoerder van Van Warmerdams ontwerpen. De Belg liet volgens de regisseur zijn sporen na. ‘Het huis heeft beslist een Vlaamse touch. Geert heeft veel invloed gehad op de beton-look en het interieur. Maar misschien is het behang wel het sterkste element dat het Vlaams maakt.’ Van Warmerdam houdt ervan dat Paredis graag zelf de handen uit de mouwen steekt. Zo kan de art director schitterend houtstructuren nabootsen. Eindeloos kunnen de twee behangetjes vergelijken.
De constructie van de set was zo mogelijk nog complexer dan die van Emma Blank. Het Borgman-huis was groter in oppervlakte en had bijgebouwen. Er kwam ditmaal ook tuinarchitectuur bij kijken. Van Warmerdam bedacht borders, bomen, een waterpartij en een oprit. ‘Met een bocht. Dan doemt het huis op. Die enorme villa zegt veel over de mensen die er wonen. Hem bouwen kostte misschien veel geld, maar leverde ook veel op. We hoefden nooit de studio in.’
De eigen set stelde de regisseur in staat om chronologisch te draaien, een luxe in filmland. ‘Normaal gaat er op 1 augustus iemand naar buiten en moet ik drie weken later filmen hoe hij binnenkomt. Dan moet ik – vanwege de continuïteit – precies weten hoe hij er op 1 augustus uitzag, hoe hij zijn handen hield, enzovoorts enzovoorts. Man, dat haat ik.’

Wie wil zien hoe zo’n tot op de centimeter geplande filmwoning een regisseur tot nut kan zijn, hoeft maar de scène te bekijken waarin Camiel Borgman het huis verlaat wanneer de vader (Jeroen Perceval) onverwachts thuis komt. De choreografie van acteurs die elkaar rakelings passeren kon dankzij de zorgvuldige planning in een enkele take opgenomen worden. In een bestaand huis was dat alleen uitvoerbaar geweest met behulp van een bulldozer. ‘Bij zelfbouw heb je de illusie onder controle,’ stelt Van Warmerdam vast. ‘Maar in Nederland gaat film vooral over geld. Cinema wordt hier klein gehouden door dat soort denken.’
Wanneer Alex van Warmerdam wel een beroep doet op bestaande locaties zie je er zijn voorliefde voor bijzondere architectuur in terug. Het eerste contact tussen Camiel Borgman en zijn ‘gezin’ vindt plaats op de opvallende verbinding tussen Java-eiland en Piet Heinkade, ook wel bekend als Jan Schaeferbrug. Andere memorabele plekken zijn het poortgebouw van de Hoogovens te IJmuiden (Abel) het straatje achter de Wolkenkrabber van J.F. Staal (Ober) en de katholieke kerk van Halfweg (Kleine Teun).

broedseizoen
Het maakbare landschap, waar Van Warmerdam bij met name De Noorderlingen en Kleine Teun mee te maken kreeg, werd de grote uitdaging van Schneider vs. Bax (2015). De eerste ingeving van de regisseur was een beeld: een huisje op een steiger aan een meer. Dat groeide al snel uit tot de woonstee van een schrijver (Van Warmerdam zelf) die worstelt met een roman en zijn bezoekende volwassen dochter (Maria Kraakman) veelvuldig schoffeert.
Gaandeweg kwam daar riet bij. Van Warmerdam: ‘Op het moment dat die dochter weg is, toen was daar het riet. Want ze moet natuurlijk wel ergens doorheen, wel ergens verdwijnen. Riet geeft beweging, je kunt je erin verstoppen.’ Riet werd vanzelf veel riet. ‘Voor film moet je overdrijven, de elementen die goed zijn uitbuiten. Dus geen rietkraagje maar grote rietvelden: dan wordt het wat.’

Dat riet had nogal wat voeten in de aarde, want broedseizoen en stilteplek haalden een streep door verschillende potentiële locaties. ‘Ik heb al het riet van Nederland gezien.’ Uiteindelijk kwam de productie uit bij Tetjehoorn aan het Lauwersmeer voor het huisje en bij Biddinghuizen voor het moeras. Gedraaid werd na het broedseizoen. Digitaal werden in de postproductie elektriciteitsmasten en bomen weggepoetst om de horizon mooi leeg te kunnen houden en het wuivende riet een hoofdrol te gunnen.
De woning van schrijver Bax is eenvoudig, een witte vierkante doos van hout op een vlonder van palen. Verrassing schuilt in kleine dingen. Zo heeft elk van de vier buitenmuren een toegangsdeur. Het dak loopt schuin af en laat licht door dat indirect het interieur belicht, een oude cinematruc. Filmfabriek Hollandia (1912-1922) werkte al zo. De ruimtes zijn bescheiden maar doordat de binnenmuren, de kozijnen en de deuren ook wit zijn ogen de kamers niet benauwd. Eigenlijk een heel fijne plek, vindt ook de regisseur: ‘Ik zou er best in willen wonen.’

En dan is er nog een tweede huis, alhoewel dat eigenlijk de naam niet meer mag dragen. Op een droge plek in het moeras, tussen het kreupelhout, staat een hut. Het dak is verdwenen, de muren zijn vermolmd en alles is groen uitgeslagen. Er groeit zelfs een boompje uit. Maar aan de meubeltjes kunnen we zien dat het ooit een kinderkamer is geweest, vermoedelijk een toevluchtsoord van dochter Francisca. Niet vreemd dat ze nog steeds op moeilijke momenten het hutje opzoekt.
De vervallen staat van de hut moet een stevig beroep hebben gedaan op de kennis van Geert Paredis om nieuw materiaal gebruikt te laten ogen. ‘Het patina’ noemt Alex dat, gebruikssporen die je bijvoorbeeld ziet in het ‘weer’ dat in het beton van de Borgman-villa is getrokken. Een zuivere illusie, want het huis is in werkelijkheid uit decorhout opgetrokken. Ook de zwarte planken van villa van Emma Blank hebben bij de grond een verweerde rand zoals je wel aantreft bij bijvoorbeeld houten schuren.

Tot tevredenheid van de regisseur stellen bezoekers aan de set hem geregeld de vraag wat er na de opnamen met die mooie huizen gaat gebeuren. Het is een compliment aan de ontwerper en de bouwers dat de illusie van degelijkheid zelfs bij nadere inspectie in stand blijft. Maar na de laatste draaidag komen de slopers en verdwijnen de filmhuizen van Alex van Warmerdam in de container. Treurig? Welnee. ‘Deel van de opwinding van filmmaken is dat je het huis zelf mag bouwen. En het daarna ook weer mag slopen.’ Het huis leeft immers voort in de film. En dat is voor altijd.

Voor deze tekst zijn quotes gebruikt uit de Volkskrant, VPRO-Gids en Filmkrant. Met dank aan Kurt Vandemaele en Hans Struik.