Bioscoophits onder de radar

Het succes van de etnische cinema

In de wekelijkse boxoffice-overzichten van de FDN staan ze rechts onderaan weggestopt: de vaak exotische films van de niet-leden. En steeds vaker staan er serieuze bedragen achter hun naam. Zo bracht de Turkse komedie Recep Ivedik 5 in drie weken tijd ruim zeven ton op. Wie zijn deze films die kennelijk zonder al teveel publiciteit zoveel volk naar de bioscopen trekken? En wat is hun publiek?

Zaterdagmiddag, Pathé Arena. Een van de twee grootste zalen vult zich bijna volledig met Turkse gezinnen. Op het programma staat dan ook een tophit: Recep Ivedik 5, al twee weken met voorsprong de nummer één film in het moederland. Het is de meest recente komedie van de in Turkije bijzonder populaire tv-komiek Sahan Gökbakar. De titel refereert aan de held van de serie, Recep Ivedik, een onbehouwen volksjongen die in de films problemen moet oplossen die hij eerst zelf gecreëerd heeft.
Gökbakar is een type komiek dat we in Nederland eigenlijk sinds de dagen van Bud Spencer niet meer gezien hebben. Ongegeneerd dik en ordinair, met een doorlopende wenkbrauw en uitpuilend borsthaar. Hij slaat graag mensen op hun hoofd, bedient zich van een assortiment aan beledigende gebaren en heeft lak aan autoriteiten.

Kenan Furat werkt als operateur in filmtheater De Lieve Vrouw in Amersfoort, en kent de Turkse cinema goed. ‘Recep Ivedik is een beetje een Turkse Borat of New Kids, het is platte komedie, anti-intellectueel. In Turkije heb je de mensen die van het platteland naar de stad zijn getrokken en een heel eigen subcultuur in die steden hebben. Dat is het milieu van Recep Ivedik. Voorheen was schelden op tv en in film not done, maar Sahan doet het wel en dat herkennen mensen, want er wordt veel gevloekt in Turkije. Het is dus allemaal een beetje dubbel: vloeken is niet goed maar ondertussen gaan er wel hele gezinnen naar de Recep Ivedik-films.’
Voor Pathé past de Turkse programmering in het streven om zoveel mogelijk aparte doelgroepen zo goed mogelijk te bedienen, zegt programming en planning manager Thom Houben. ‘Bij dat brede publiek horen gezien het grote aantal Nederlandse inwoners van Turkse afkomst ook Turkse films. Over het algemeen zijn daarbij de komedies het succesvolst. De vorige aflevering van Recep Ivedik was de best bezochte Turkse film in Nederland ooit. Hoe succesvol een film zal zijn is van te voren vaak moeilijk te voorspellen, dat is afhankelijk van factoren als acteur, releasedatum maar ook ‘word-of-mouth.’ We zorgen er in iedere geval altijd voor dat de vaste bezoekers op de hoogte zijn van de aankomende films.’

Modern islamisme
In de Arena gaat de voorstelling van start. Local Vision lijkt de reclame op de doelgroep te hebben afgestemd, met dia’s van mediterrane horeca in de buurt van de multiplex. Op de trailers van Tuintje in mijn hart en Chips komt geen respons, maar zodra Sahan zijn capriolen aanvangt zit de sfeer er meteen goed in. Niemand lijkt zich te storen aan de merkwaardige Nederlandse vertaling. Teksten als ‘Zijn wij een poep?’ en ‘Geen vraagteken in uw hoofd’ doen vermoeden dat hier met Google translate is gewerkt.
Verder valt op dat de jongste kinderen vaak het hardst lachen, ook om seksueel getinte grapjes. Kenan Furat: Ik werk ook in een buurtvideotheek en zie allemaal kinderen van acht, negen jaar die met hun handen die gebaren van Ivedik nadoen, zoals de duim tussen de twee vingers.’ Na afloop van de voorstelling vraag ik aan vader Ali Günes wat er typisch Turks is aan Sahans humor. ‘Dat zijn de fysieke grapjes en bepaalde handgebaren, dat begrijpt elke Turk. Ik ga puur voor mijn zoontje, die is fan vanaf de eerste aflevering.’

Vader Günes denkt niet dat Recep per se een bepaalde type Turk uitbeeldt. ‘Geen enkele Turkse man zal een voorbeeld aan hem nemen. Sahan heeft dit typetje gecreëerd en alleen hij maakt het zo grappig. Als ik me zo zou gedragen zou iedereen zeggen: doe even normaal man, ben je gek geworden? Maar met zijn fysiek en zijn timing wordt het wel grappig. Je hebt een Turkse man nodig om een Turk belachelijk te kunnen maken.’
Ali Günes vertelt dat Marokkaanse vrienden van hem nu ook fan zijn. Kenan Furat bevestigt dit fenomeen. Door de grote populariteit van Turkse soapseries in het Midden-Oosten en Noord-Afrika kreeg de Turkse cinema ook een boost. ‘Tien jaar geleden was de filmindustrie praktisch dood, maar nu is het een grote industrie. Je hebt de films die in de religieuze hoek zitten, modern islamisme doet het goed. Dan heb je nog de historische films die over de periode Atatürk gaan, maar ze maken ook hun eigen horrorfilms. En oorlogsfilms lopen goed, want Turkije heeft natuurlijk veel vijanden.’

De enige Turkse films die in de Nederlandse pers doorgaans aandacht krijgen zijn arthouse-titels als Mustang en Winter Sleep. In het land van oorsprong vormen die niet meer dan een niche, aldus Kenan Furat. ‘Winter Sleep is natuurlijk het tegenovergestelde van Ivedik, de gewone Turk kijkt daar niet naar. Maar grappig genoeg kan een intellectueel best naar Recep Ivedik gaan. Eigenlijk is hij een volksheld. Jammer vind ik het wel dat als we Turkse films draaien in het filmhuis er geen Turken op af komen.’

Filmsterren als halfgoden
Een andere grote gemeenschap in Nederland met een voorliefde voor een buitenlands filmgenre is de Hindoestaanse. De voorkeur hier betreft de Hindi-film, een genre dat in het westen meestal wordt weggezet onder de naam Bollywood. Niet helemaal juist, legt Natascha Shotkan uit. Zij adviseert Filmhuis Den Haag bij de programmering van de reeks Cine Hindi. ‘Elke Indiase regio heeft zijn eigen filmindustrie, en Bollywood is de overwegend Hindi-talige cinema van Bombay. Bollywood staat voor de commerciële film, met een concept gebaseerd op de musicals van vroeger, met zang en dans. Maar de Hindi-film kan ook realistisch zijn, met thema’s uit de taboesfeer. Die zijn minder populair in India maar des te meer in het buitenland, ook Nederland.’
De voorstelling van Cine Hindi die HFN bijwoont is er zo een. In Dhanak neemt een arm plattelandsmeisje haar blinde broertje mee op een gevaarlijke tocht. Hun doel is de filmset van superster Shah Rukh Khan. Alleen hij kan de jongen zijn gezichtsvermogen teruggeven. Het geloof van het meisje weerspiegelt de bijzondere status die filmsterren in India hebben, legt Chotkan uit. ‘Filmsterren zijn er halfgoden, dansende en zingende superhelden in films die miljoenen mensen trekken. Voor het publiek wordt zo’n rol soms werkelijkheid. Acteurs die veel politiek getinte films hebben gemaakt gaan vaak later de politiek in gaan. En acteurs die vaak schurken spelen kunnen in werkelijkheid zo vriendelijk zijn als wat, mensen blijven hen vaak als een negatief persoon zien.’

Het is duidelijk dat cinema alom aanwezig is in de Indiase samenleving. Niet vreemd dat voor een minderheid als de Surinaams-Hindoestaanse, met diepe wortels in de Indiase cultuur, film ook heel belangrijk is. Chotkan: ‘In Suriname heb je altijd bioscopen gehad waar Hindi-films te zien waren. Mijn moeder woonde buiten de stad, en met z’n allen liepen ze dan door de rijstvelden naar de dichtstbijzijnde bioscoop om film te kijken. Dat was een hele happening. Het was pikkedonker als ze terugkwamen. Iedereen had lampen bij zich en zingend gingen ze terug naar huis. We identificeren ons nog steeds sterk met die cultuur.’
Eenmaal in Nederland werd die filmliefde door de Hindoestanen voortgezet. Chotkan: ‘Vroeger gingen we naar de videotheek en haalden we op zaterdag vijf films. Als het huishouden gedaan was gingen we dan als gezin met z’n allen Bollywoodfilms kijken. Dat gemeenschappelijke is er bijna niet meer en Cine Hindi is een manier om dat gevoel terug te brengen.’

Ook de grote ketens als Pathé, Vue en Kinepolis pikken die behoefte op. Via een goedbezochte Facebook-pagina weet Pathé Bollywood de vele Hindoestaanse fans van te bereiken. Toppers als Dangal en Raees trekken volle zalen, maar wel in steden met een grote Hindoestaanse gemeenschap, zoals Den Haag. De grote hit van het moment, de romantische Badrinath Ki Dulhania, werd door het concern ingezet in 11 theaters.
Vue heeft sinds kort een overeenkomst gesloten met een vaste distributeur, waardoor het concern nu elke maand een Hindi-Bollywoodhit gaat draaien in vier steden. De Tamil-Bollywoodfilm is al drie jaar een succesnummer bij Vue. Elke 1 a 2 maanden krijgen zeven steden een nieuwe titel voorgeschoteld. Met een nieuwsbrief plus advertenties op sociale media vindt de keten de fans.

Filmhuis Den Haag heeft heel bewust bij Cine Hindi gekozen voor een niet-betuttelende aanpak. Programmeur Leendert de Jong: ‘Wij willen niet ‘zenden’, dus veel minder bepalen wat wij denken dat goede films zijn voor een gemeenschap als de Hindoestaanse. Met andere woorden: de community zelf laten bepalen wat zij willen zien. Dat betekent de juiste mensen vinden die daar ideeën over hebben…. en die zijn er!’
Het Filmhuis vond filmliefhebber Chotkan bereid om voorstellen voor de programmering te doen. Maar de samenwerking met de gemeenschap gaat verder. Van de voorstelling van Dhanak is echt werk gemaakt. Voor kinderen is er een wedstrijd filmposters maken, voor hun ouders zijn er hapjes en is er schaafijs. Ideële organisaties als de Sapna Foundation voor Indiase weeskinderen is aanwezig om voorlichting te geven.

Bezoekers worden geworven via andere kanalen dan die gebruikelijk zijn voor een filmtheater. Natascha Chotkan: ‘Via sociale media creëren we belangstelling, maar ook via flyers. En er zijn samenwerkingsverbanden met Hindoestaanse stichtingen, radiostations en lokale ondernemers. Zo helpen we elkaar.’ Leendert de Jong benadrukt dat het sociale element bij deze voorstellingen van groot belang is. ‘Elkaar ontmoeten is heel belangrijk voor deze gemeenschap. Cine Hindi komt voort uit een behoefte. Door nieuwe groepen de ruimte te geven van het Filmhuis hun eigen filmhuis te maken willen we nog sterker verankerd raken in de stad.’

Ontsnappen aan de realiteit
De voorstelling van Dhanak wordt kort ingeleid door regisseur Amjad Jahan, dan kan de film beginnen. In tegenstelling tot het doorsnee Bollywood-product barsten de hoofdpersonen van Dhanak niet op gezette tijden uit in zang en dans. Thema’s als armoede en kinderarbeid worden onverbloemd gepresenteerd, en de film slaagt er in om met een realistisch verhaal zowel kinderen als volwassenen te bereiken. Maar een blockbuster zal het niet worden, legt Chotkan na afloop uit. ‘In India wil men ontsnappen aan de realiteit en gaan men liever naar films waar alles rooskleurig is. Ze beleven die realiteit al, daar hoeven ze niet nog een keer mee geconfronteerd te worden. Maar ik merkte aan het publiek vandaag dat niet iedereen had verwacht het zo mooi en interessant te zullen vinden. Zo zien de mensen dat er meer is dan Bollywood.’
Ze bespeurt trouwens wel kleine veranderingen in de behoudende Bollywood-tradities. ‘Het wordt iets minder conservatief. De liefde tonen ging vroeger alleen sierlijke handbewegingen of verlegen lachen, terwijl er nu echt fysieke toenadering wordt gezocht.’ Hoe kijken Hindoestaanse Surinamers daar dan naar? ‘In India zien ze graag vrouwen in traditionele filmrollen. In Nederland genieten we daar ook van maar staan we ook open voor alternatieve verhaallijnen als lesbische of biseksuele liefde. Maar ook hier wordt toch het meeste genoten van meer traditionele verhaallijnen.’

Chotkan is blij met het podium dat Filmhuis Den Haag haar geliefde Indiase cinema biedt. ‘Ik denk dat er hier in Den Haag nog veel ruimte is, en dat het Filmhuis een goede plek is voor minder bekende Hindi-films. De klassieke Bollywood-formule is mooi, en ook ik kan echt genieten van de muziek, de gezelligheid en de warmte. Maar een realistische film is ook zeker de moeite waard.’